Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
KTS Transportservice International GmbH,
[handelsnaam] ,wonende te Kerkrade,
1.De procedure in het kort
2.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/289969 / KG ZA 21-113)
3.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- de bij brief van 19 oktober 2021 door de curator toegezonden productie 1;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
4.De beoordeling
PbEU2016, L 183/1. Voor het stellen van een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie EG, zoals de curator verzoekt, ziet het hof daarom geen aanleiding.
curatorzou de derdenbeschermingsbepaling van art. 1:116 BW Pro ook in deze zaak moeten gelden omdat sprake is van een sterke connectie met de Nederlandse rechtssfeer. [geintimeerde 2] is in Nederland woonachtig en hij heeft in zijn handelspraktijk gebruik gemaakt van Nederlandse algemene voorwaarden, waarin het Nederlandse recht van toepassing wordt verklaard. Dat de curator bescherming wordt onthouden omdat hij geen Nederlandse schuldeiser is, is in strijd met de grondbeginselen van de Europese Unie.
hofis van oordeel dat partijen hun buitenlandse (Duitse) regime reeds aan de curator kunnen tegenwerpen, omdat zij vóór 1 september 1992 zijn gehuwd. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden die het hof na een eigen weging en waardering overneemt en tot de zijne maakt, geoordeeld dat de curator overigens geen derdenbescherming toekomt. Voor toepassing van art. 1:116 BW Pro is inderdaad vereist dat zowel de schuldenaar als de schuldeiser in Nederland woonachtig zijn. De curator (of KTS, de derde met wie gehandeld werd) is dat niet. Het hof voegt daar het volgende aan toe.