Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- (feit 1:) ‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod’;
- (feit 2:) ‘diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking’;
- (feit 3:) ‘diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking’,
- de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;
- de vordering tot tenuitvoerlegging onder bovenvermeld parketnummer zal toewijzen met dien verstande dat het hof, in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van voormelde vrijheidsstraf te geven, een taakstraf zal gelasten van 120 dagen subsidiair 60 dagen.
- zich met betrekking tot de bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van het hof;
- met betrekking tot de op te leggen straf zich aangesloten bij de door de advocaat-generaal gevorderde straffen;
- bepleit dat de onderhavige vordering tot tenuitvoerlegging zal worden afgewezen.
- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komend in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de omstandigheid dat het in het onder 1. bewezen verklaarde geval gaat om het telen van een aanzienlijke hoeveelheid hennepplanten in een professioneel ogende hennepkwekerij die was gevestigd in een woning, hetgeen overlast en (brand)gevaar voor omwonenden kan opleveren;
- de omstandigheid dat de verdachte ten behoeve van zijn hennepkwekerij illegaal elektriciteit en water heeft weggenomen, waardoor aan de energieleverancier [benadeelde 1] en aan de [benadeelde 2] aanzienlijke financiële schade is veroorzaakt;
- het gegeven dat het onder 1. bewezen verklaarde handelen van verdachte de handel in softdrugs heeft bevorderd, welke handel (vaak) allerlei maatschappelijk onwenselijke effecten met zich brengt; daarnaast is wetenschappelijk aangetoond dat het frequent gebruik van softdrugs de volksgezondheid kan schaden, met name waar het jongere personen en het geestelijke aandoeningen betreft;
- de omstandigheid dat verdachte naar eigen zeggen slechts heeft gehandeld met het oog op persoonlijk financieel gewin.
- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 28 oktober 2022, waaruit blijkt dat hij een aantal keren eerder door de strafrechter onherroepelijk is veroordeeld, onder meer op 26 mei 2020 door de politierechter in de rechtbank Limburg ter zake van medeplichtigheid aan hennepteelt en gekwalificeerde diefstal;
- de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, onder meer de omstandigheden dat hij wegens gezondheidsproblematiek arbeidsongeschikt is verklaard en een WIA-uitkering ontvangt, dat hij samenwoont in een huurwoning met zijn vriendin en (een aantal van) zijn kinderen uit een vorige relatie, dat hij zich binnen het gezin voornamelijk bezighoudt met huishoudelijke taken terwijl zijn vriendin kostwinner is, dat hij bezig is met het afbetalen van zijn financiële schulden en binnen een half jaar naar verwachting schuldenvrij zal zijn.