De man betwist de stellingen van de vrouw. Hij voert aan dat de vrouw ten tijde van het ondertekenen van het echtscheidingsconvenant gemiddeld circa € 23.955,- per jaar aan inkomen genoot. Ten tijde van de mondelinge behandeling in eerste aanleg verklaarde de vrouw dat zij een inkomen had van circa € 29.776,- en een inkomen uit verhuur van onroerend goed. Uit de jaaropgaaf 2020 blijkt dat de vrouw een inkomen had van circa € 31.991,- terwijl uit de loonstrook van april 2021 blijkt dat de vrouw een inkomen zal hebben van € 35.321,- (op basis van een werkweek van 20 uur) inclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering. Het inkomen uit dienstverband van de vrouw alleen al is dusdanig gestegen dat er geen aanvullende behoefte meer is aan partneralimentatie. De man ziet niet in waarom de vrouw minder moest gaan werken. In geval van ziekte, volgt een ziekmelding. Dan hoeven contracturen niet te worden aangepast passen. Uit de stukken blijkt ook niet dat dit de vrouw is geadviseerd door een (medisch) deskundige. Als al wordt aangenomen dat de vrouw haar werkweek naar 16 uur heeft verlaagd, is het ook mogelijk dat de vrouw thans meer werkt als zelfstandig ondernemer. De kinderen verblijven 32 uur per week op school, de opvang, bij de vader of bij naschoolse activiteiten. In die tijd kan de vrouw werken. Zij zou met die uren een inkomen kunnen verwerven van € 50.000,- bruto per jaar bij een uurloon van € 29,19, zoals blijkt uit de salarisstrook van de vrouw.
De vrouw betwist niet dat zij een onderneming heeft. Zij legde in eerste aanleg slechts één loonstrook over, één pagina van een rapport dat inzicht in haar vermogenspositie zou moeten geven en geen stukken van de onderneming. In hoger beroep legt zij slechts enkele stukken over (voorlopige aanslag 2019 en aanslag 2018). De overige stellingen van de man over het inkomen en het vermogen van de vrouw heeft zij niet betwist, ook niet in hoger beroep.
De vrouw heeft geen berekening overgelegd waarin haar inkomstenbronnen zijn verwerkt.
De inkomsten uit verhuur van het onroerend goed en de (omliggende) gronden, zijn hoger of kunnen hoger zijn dan € 100,- per maand. Het staat de vrouw vrij om keuzes te maken ten nadele van haar inkomens- en vermogenspositie, maar niet ten nadele van de man.
De man zorgt voor de kinderen conform het zorgschema dat aan het ouderschapsplan is gehecht en enigszins is aangepast bij vaststellingsovereenkomst van 18/19 juni 2019. De man onttrekt zich niet aan zijn zorgtaken, integendeel. Toen de kinderen thuisonderwijs dienden te krijgen in verband met de coronamaatregelen, zorgde hij zelfs nog meer voor de kinderen. Ook voldoet de man (de helft van) de extra kosten van de kinderen, bijvoorbeeld voor vervoer, sport of hobby of extra opvang. Voor de problematiek van de kinderen is er al jarenlang hulpverlening, waarbij ook de vader de kinderen begeleidt bij diverse afspraken. Op dit moment ligt alle hulpverlening echter stil.