Uitspraak
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind bij de vader. De minderjarige verblijft sinds januari 2021 bij de vader, terwijl het ouderlijk gezag door beide ouders wordt uitgeoefend. De moeder betwist de noodzaak van de uithuisplaatsing en voert aan dat het loyaliteitsconflict tussen de ouders de oorzaak is van de problemen en dat de hulpverlening onvoldoende is opgepakt.
De gecertificeerde instelling (GI) en de vader stellen dat de situatie bij de vader veilig is en dat het kind nog steeds klem zit tussen de ouders. Het hof heeft vastgesteld dat de voorwaarden voor terugkeer naar de moeder nog niet zijn vervuld, zoals het afronden van de speltherapie en het opbouwen van een 50-50 zorgregeling. Er is onvoldoende vertrouwen en overleg tussen de ouders, wat het belang van het kind schaadt.
Het hof overweegt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De GI wordt opgedragen de doelen uit de eerdere beschikking verder op te pakken en te werken aan een zorgregeling die toewerkt naar een gelijkwaardige verdeling. De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd. De procedure over de zorgregeling blijft nog lopen en is aangehouden tot 30 maart 2022.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de vader wordt bekrachtigd.