Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
.
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die het gezamenlijk ouderlijk gezag over drie minderjarige kinderen beëindigde en het gezag aan de moeder toekende.
De kinderen hebben de Poolse nationaliteit en het hof bevestigde de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. Partijen zijn gescheiden en oefenden gezamenlijk gezag uit. De kinderen verblijven bij de moeder. De kinderen waren onder toezicht gesteld vanwege zorgen, maar deze maatregel werd niet verlengd.
De vader betwistte de beëindiging van het gezamenlijk gezag en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte het gezag aan de moeder toekende zonder voldoende aandacht voor het klem- en verloren criterium. De moeder stelde dat er sprake was van huiselijk geweld, dat de communicatie tussen ouders volledig was verbroken en dat de vader niet meewerkte aan hulpverlening.
Het hof oordeelde dat het belang van de kinderen vereist dat het gezag aan de moeder wordt toegekend. De vader was onbereikbaar en niet aanwezig bij de zitting, waardoor gezamenlijke gezagsuitoefening niet mogelijk is. Het hof bekrachtigde de beschikking en compenseerde de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het besluit het gezamenlijk gezag te beëindigen en kent het gezag over de kinderen toe aan de moeder.