Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
2).
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn van november 2018 tot december 2021 gehuwd geweest zonder gezamenlijke kinderen. De vrouw heeft twee minderjarige kinderen uit een eerdere relatie die tijdelijk bij hen in de woning verbleven. De rechtbank had het huurrecht van de echtelijke woning toegekend aan de man en de vrouw een maand gegeven om te verhuizen.
De vrouw stelde hoger beroep in en voerde aan dat haar belang bij het huurrecht groter is vanwege de kinderen, haar baan en verblijfsstatus, terwijl de man psychische klachten heeft die volgens haar niet ernstig genoeg zijn om hem het huurrecht toe te kennen. De man stelde dat hij al zes jaar ingeschreven stond bij de woningbouwvereniging, ernstige psychische klachten heeft waarvoor hij behandeld wordt, en dat hij belang heeft bij stabiliteit.
Het hof overwoog dat beide partijen geen alternatieve woonruimte hebben, maar het belang van de man zwaarder weegt. Dit vanwege zijn langdurige inschrijving bij de woningbouwvereniging, de ernst van zijn psychische klachten en het belang van een stabiele woonomgeving voor zijn behandeling. Ook weegt mee dat de vrouw een onzekere verblijfsstatus heeft en haar kinderen in Servië verblijven. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep van de vrouw af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het hoger beroep van de vrouw af, waardoor het huurrecht aan de man wordt toegekend.