ECLI:NL:GHSHE:2022:773
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. van Winkel
- A.M. Bossink
- J.W.P.N. Hermans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kinderalimentatie van 200 euro per maand met ingang van 1 april 2020
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van een man tegen een beschikking van de rechtbank Limburg inzake kinderalimentatie voor zijn minderjarige kind. De man betwistte de behoefte van het kind, zijn draagkracht en de ingangsdatum van de alimentatie. De vrouw stelde dat de alimentatie met ingang van 1 april 2019 had moeten ingaan.
Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht de ingangsdatum op 1 april 2020 had vastgesteld, omdat het verzoekschrift pas op 12 maart 2020 was ingediend en alimentatie per maand wordt betaald. De behoefte van het kind werd vastgesteld op circa 270 euro per maand, oplopend naar 277 euro in 2020, waarbij het hof uitging van het netto besteedbaar inkomen van de ouders in 2019. De man had onvoldoende inzicht gegeven in zijn werkelijke inkomen en zijn stellingen onvoldoende onderbouwd.
De draagkracht van de vrouw werd vastgesteld op 1.379 euro per maand, inclusief kindgebonden budget. De man voerde aan dat zijn inkomen lager was vanwege bedrijfsproblemen, maar het hof vond zijn verklaringen inconsistent en onvoldoende onderbouwd. Het hof bevestigde daarom het netto besteedbaar inkomen van de man op 3.100 euro per maand en de draagkracht op 400 euro.
Gelet op de zorgkorting en de berekeningen van de rechtbank, stelde het hof vast dat de alimentatie van 200 euro per maand met ingang van 1 april 2020 terecht was vastgesteld. Het hoger beroep van de man werd afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de kinderalimentatie van 200 euro per maand vanaf 1 april 2020 en wijst het hoger beroep van de man af.