ECLI:NL:GHSHE:2022:787

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
10 maart 2022
Publicatiedatum
11 maart 2022
Zaaknummer
200.297.175/01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 186 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopig getuigenverhoor in civiele bodemprocedure na intrekking

In deze civiele bodemprocedure heeft verzoekster hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Oost-Brabant. Zij verzocht het hof om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten met benoeming van een rechter-commissaris. Verweerders hebben hiertegen een verweerschrift ingediend.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft het hof de partijen gewezen op de mogelijkheid om gezamenlijk een verzoek in te dienen voor een mondelinge behandeling waarbij de deskundigen die in eerste aanleg een rapportage hebben uitgebracht, aanwezig zijn. Na overleg trokken verzoekster en verweerders het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor in en deden zij gezamenlijk een verzoek tot mondelinge behandeling met aanwezigheid van deskundigen.

Het hof verklaart het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor van verzoekster niet-ontvankelijk vanwege de intrekking. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2022.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot voorlopig getuigenverhoor en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
Uitspraak: 10 maart 2022
Zaaknummer: 200.297.175/02
Zaaknummer bodemprocedure eerste aanleg: C/01/304851 / HA ZA 16-152
Zaaknummer bodemprocedure hof: 200.297.175/01
in de zaak van
[x] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
en
[x] VOF,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
en
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
en
[appellante],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekers,
hierna gezamenlijk te noemen: [x] (vrouwelijk enkelvoud)
advocaat voor allen: mr. G.R.A.G. Goorts te Helmond,
tegen
[de B.V.] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
en
[geïntimeerde 1],
wonende te [woonplaats] ,
en
[geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats] ,
verweerders,
hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden] (vrouwelijk enkelvoud),
advocaat: mr. E.H. Verweij te Apeldoorn.

1.Het geding in de bodemzaak

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 21 april 2021, gewezen tussen [x] als eiseres en [geïntimeerden] als gedaagde.
[x] heeft bij dagvaarding van 8 juli 2021 hoger beroep ingesteld tegen voornoemd vonnis (bij het hof geregistreerd onder zaaknummer 200.297.175/01).

2.Het geding (verzoek voorlopig getuigenverhoor)

2.1.
Bij verzoekschrift ex artikel 186 Rv Pro met bijlagen (productie 1 tot en met 8), ingekomen ter griffie op 15 december 2021, heeft [x] het hof verzocht te bevelen dat een voorlopig getuigenverhoor zal worden gehouden met benoeming van een rechter-commissaris voor wie dit getuigenverhoor zal worden gehouden, met bepaling van het tijdstip waarop het voorlopig getuigenverhoor zal worden gehouden alsmede het tijdstip waarop [x] uiterlijk een afschrift van dit verzoek en de daarop te geven beschikking aan [geïntimeerden] moeten doen toekomen.
2.3.
[geïntimeerden] heeft een verweerschrift ingediend, ingekomen ter griffie op 8 februari 2022.
2.4.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 februari 2022. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
  • namens [x] mr. Goorts,
  • namens [geïntimeerden] mr. Verweij.
2.5.
Nadat het hof [x] en [geïntimeerden] erop heeft gewezen dat het in onderhavige zaak in de bodemprocedure al dan niet gezamenlijk verzoeken om een mondelinge behandeling waarbij de deskundigen, die in eerste aanleg een rapportage hebben uitgebracht, aanwezig zullen zijn ter bevraging door zowel het hof als beide partijen, nadrukkelijk in de rede zou (kunnen) liggen, heeft het hof mr. Goorts (namens [x] ) en mr. Verweij (namens [geïntimeerden] ) in de gelegenheid gesteld over deze suggestie overleg te voeren. De mondelinge behandeling is daarvoor onderbroken.
Na hervatting van de mondelinge behandeling heeft mr. Goorts verklaard dat [x] haar verzoek intrekt en dat beide partijen in de bodemprocedure het hof een gezamenlijk verzoek tot het gelasten van een mondelinge behandeling, waarbij de deskundigen die in eerste aanleg een rapportage hebben uitgebracht aanwezig zullen zijn, zullen doen.
Voorts hebben beide partijen met betrekking tot de proceskosten nadrukkelijk verklaard dat deze gecompenseerd dienen te worden in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3.De beoordeling

Het hof begrijpt uit genoemde mededeling ter zitting in hoger beroep dat [x] haar verzoek niet langer handhaaft. Dit brengt mee dat zij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek omdat het hof als gevolg van de intrekking op processuele gronden niet toekomt aan een inhoudelijke behandeling en beoordeling van de zaak.

4.De uitspraak

Het hof:
verklaart [x] niet-ontvankelijk in haar verzoek,
compenseert, conform verzoek van beide partijen, de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.I.M.W. Bartelds, A.P. Zweers-van Vollenhoven en S.J.H. van de Kant en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2022.