ECLI:NL:GHSHE:2022:919

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
11 maart 2022
Publicatiedatum
22 maart 2022
Zaaknummer
200.298.112_02
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek wegens nauwe band tussen raadsheer en advocaat

In deze zaak diende een raadsheer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch een verzoek tot verschoning in op grond van artikel 40 Rv Pro. De raadsheer gaf aan dat zij in het verleden als advocaat jarenlang nauw had samengewerkt met een advocaat die betrokken is bij de hoofdzaak, en dat ook na haar vertrek contact bleef bestaan. De advocaat is tevens aanwezig bij de mondelinge behandeling van de hoofdzaak.

De verschoningskamer oordeelde dat de schijn van partijdigheid in dit geval reëel is en dat het verzoek tot verschoning terecht is ingediend. Het uitgangspunt dat een rechter onpartijdig wordt vermoed, kan worden doorbroken bij uitzonderlijke omstandigheden die een terechte vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen.

Daarom werd het verzoek toegewezen en werd bepaald dat de mondelinge behandeling van de hoofdzaak door een andere raadsheer zal worden voortgezet. De procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek. Een afschrift van de beslissing is toegezonden aan de betrokken partijen.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de raadsheer is toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere raadsheer.

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
Wrakings- en verschoningskamer
registratienummer wraking/verschoning 200.298.112/02
datum beslissing 11 maart 2022
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van een
verschoningsverzoek
op het schriftelijke verzoek zich te mogen verschonen als bedoeld in artikel 40 Rv Pro van
mr. N.W.M. van den Heuvel(hierna: verzoekster), raadsheer bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch, Team Handelsrecht, belast met de behandeling van de zaak met zaaknummer 200.298.112/01 (hierna: de hoofdzaak) van
[B.V. 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. L.P. Schuttelaar te ‘s-Hertogenbosch,
tegen

1.[geïntimeerde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
2. [B.V. 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerden,
advocaat: mr. B.J.M. van Meer te Arnhem.

1.Het procesverloop

1.1.
Voor het procesverloop in de hoofdzaak verwijst de wrakingskamer naar het tussenarrest van 23 november 2021 waarmee een mondelinge behandeling na aanbrengen is gelast, te houden op 24 maart 2022 ten overstaan van verzoekster.
1.2.
Verzoekster heeft bij e-mail van 10 maart 2022 op de voet van artikel 40 Rv Pro een schriftelijk verzoek ingediend bij de verschoningskamer.
1.3.
De verschoningskamer is van oordeel dat een mondelinge behandeling achterwege kan blijven.

2.De motivering

2.1.
Verzoekster heeft aangevoerd, kort weergegeven, dat zij in de periode vanaf 1 augustus 2004 tot 1 april 2013 als advocaat werkzaam was bij de Rotterdamse vestiging van een advocatenkantoor, in welke periode zij vele jaren zeer nauw heeft samengewerkt met mr. [naam advocaat] (hierna: betrokkene), waarbij het contact zowel zakelijk als persoonlijk was. Ook na haar vertrek bij het advocatenkantoor heeft verzoekster af en toe contact met betrokkene gehad. De laatste contacten met betrokkene dateren van 2019, toen betrokkene als referent heeft opgetreden voor de sollicitatie van verzoekster als RHIO bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
2.2
Uit een brief en een H3-formulier van 8 maart 2022 blijkt dat appellante in de hoofdzaak zich niet alleen laat bijstaan door mr. L.P. Schuttelaar, maar ook door betrokkene en dat betrokkene tijdens de mondelinge behandeling na aanbrengen op 24 maart 2022 ook aanwezig zal zijn.

3.De beoordeling

3.1.
Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.
3.2.
Gelet op hetgeen verzoekster heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak (de mondelinge behandeling na aanbrengen te houden op 24 maart 2022) door een andere raadsheer moet worden gehouden.

4.De beslissing

Het hof (de verschoningskamer):
4.1.
wijst het verzoek tot verschoning toe;
4.2.
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat verschoningsverzoek werd ingediend (r.o. 3.2.);
4.3.
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
- verzoekster;
- partijen in de hoofdzaak.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.W. van Rijkom, M. van Ham en P.M. Arnoldus-Smit en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2022.