ECLI:NL:GHSHE:2022:929
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bevestigt integrale vrijspraak wegens onvoldoende bewijs
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van gijzeling. De rechtbank Zeeland-West-Brabant sprak verdachte integraal vrij en hief het bevel van voorlopige hechtenis op. De benadeelde partij werd in de vordering niet-ontvankelijk verklaard en overleed later, waardoor de vordering tot schadevergoeding niet meer aan de orde was.
De officier van justitie stelde hoger beroep in en vorderde vernietiging van het vonnis en veroordeling van verdachte tot 18 maanden gevangenisstraf voor medeplegen gijzeling. Namens verdachte werd primair integrale vrijspraak bepleit wegens onvoldoende bewijs, subsidiair werd een strafmaatverweer gevoerd.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd en het hoger beroep van de officier van justitie verworpen. Het hof vond geen reden om af te wijken van het oordeel dat het bewijs onvoldoende was om tot een veroordeling te komen. De integrale vrijspraak van verdachte werd gehandhaafd.
Uitkomst: Verdachte wordt integraal vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.