Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, in eendaadse samenloop begaan met afpersing, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sinds een vroegere veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan (parketnummer 01-865033-19, feit 1);
- afpersing (parketnummer 01-865033-19, feit 2);
- afpersing (parketnummer 01-865033-19, feit 3);
- afpersing (parketnummer 01-865033-19, feit 4);
- afpersing (parketnummer 01-865033-19, feit 5);
- afpersing, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sinds een vroegere veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan (parketnummer 01-865033-19, feit 6);
- afpersing (parketnummer 01-865033-19, feit 7);
- afpersing (parketnummer 01-865033-19, feit 8);
- poging tot afpersing (parketnummer 01-865033-19, feit 9);
- opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh van het Wetboek van Strafvordering (parketnummer 01-845003-19).
- poging tot doodslag (feit 1);
- eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening (feit 2),
- de vordering van [benadeelde partij 1] , welke vordering kan worden toegewezen voor het volledige gevorderde bedrag, ter zake € 20,55 aan materiële schade en € 2.500,00 aan immateriële schade, met vervangende hechtenis en wettelijke rente alsook met oplegging van de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr);
- de vordering van [benadeelde partij 2] , welke vordering kan worden toegewezen voor het volledige gevorderde bedrag, ter zake € 389,04 aan materiële schade en € 3.000,- aan immateriële schade, met vervangende hechtenis en wettelijke rente alsook met oplegging van de maatregel ex artikel 36f Sr;
- de vordering van [benadeelde partij 3] , welke vordering kan worden toegewezen voor het volledige in hoger beroep gehandhaafde bedrag, ter zake € 100,00 aan materiële schade, € 3.000,- aan immateriële schade, € 1390,- aan proceskosten in eerste aanleg, te vermeerderen met de proceskosten in hoger beroep volgens het liquidatietarief, met vervangende hechtenis en wettelijke rente alsook met oplegging van de maatregel ex artikel 36f Sr;
- de vordering van [benadeelde partij 4] , welke vordering voor wat betreft de immateriële schade kan worden toegewezen tot een bedrag van € 2.500,00, met vervangende hechtenis en wettelijke rente alsook met oplegging van de maatregel ex artikel 36f Sr;
- de vordering van [benadeelde partij 5] , welke vordering kan worden toegewezen voor het volledige gevorderde bedrag van € 2.500,00, ter zake van immateriële schade, met vervangende hechtenis en wettelijke rente alsook met oplegging van de maatregel ex artikel 36f Sr;
- de vordering van [benadeelde partij 6] , welke vordering kan worden toegewezen voor het volledige gevorderde bedrag, ter zake € 19,60 aan materiële schade en € 2.500,00 aan immateriële schade, met vervangende hechtenis en wettelijke rente alsook met oplegging van de maatregel ex artikel 36f Sr.
- ten aanzien van de in de zaak met parketnummer 01-865033-19 onder 1 tot en met 9 tenlastegelegde feiten primair op meerdere gronden bepleit dat het hof de verdachte integraal zal vrijspreken;
- subsidiair, indien het hof tot een bewezenverklaring komt, een strafmaatverweer gevoerd;
- ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-860339-19 onder 1 impliciet primair tenlastegelegde (poging tot doodslag) primair bepleit dat het hof de verdachte zal vrijspreken vanwege het ontbreken van opzet op de dood;
- subsidiair dat het hof de verdachte zal ontslaan van alle rechtsvervolging omdat hem een beroep toekomt op putatief noodweerexces;
- ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-860339-19 onder 1 impliciet subsidiair tenlastegelegde (poging zware mishandeling) bepleit dat het hof de verdachte zal ontslaan van alle rechtsvervolging omdat hem een beroep toekomt op putatief noodweerexces;
- (meer) subsidiair ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-860339-19 onder 1 impliciet primair (poging tot doodslag) en impliciet subsidiair (poging zware mishandeling) tenlastegelegde een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van een tweetal getuigen;
- meest subsidiair ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-860339-19 onder 1 impliciet primair (poging tot doodslag) en subsidiair (poging zware mishandeling) tenlastegelegde een strafmaatverweer gevoerd, in die zin dat is verzocht om te volstaan met toepassing van het bepaalde bij artikel 9a Sr;
- ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-860339-19 onder 2 tenlastegelegde zich gerefereerd aan het oordeel van het hof;
- ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen in de zaak met parketnummer 01-865033-19 primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring of afwijzing van alle vorderingen gezien de bepleite vrijspraak;
- bepleit dat het hof [benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 8] niet-ontvankelijk zal verklaren in hun vorderingen tot schadevergoeding, nu een uittreksel van de Kamer van Koophandel en een volmacht van de directie/bestuurder ontbreekt;
- bepleit dat het hof [benadeelde partij 9] niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, dan wel de vordering zal afwijzen, nu zij zich niet overeenkomstig artikel 51g, eerste of derde lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft gevoegd in het geding in eerste aanleg;
- bepleit dat het hof de vordering van [benadeelde partij 4] zal afwijzen, nu deze onvoldoende is onderbouwd;
- ten aanzien van de overige vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen het hof verzocht te beslissen conform de rechtbank, in die zin dat de verplichting tot betaling van de immateriële schadevergoeding wordt gematigd, zoals de rechtbank heeft beslist;
- ten aanzien van de op het beslaglijst genoemde voorwerpen primair verzocht de teruggave te gelasten aan de verdachte van de onder hem in beslag genomen voorwerpen, met uitzondering van de voorwerpen die behoren aan [benadeelde partij 7] en de voorwerpen die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit in strijd is met de wet of het algemeen belang;
- subsidiair verzocht de teruggave te gelasten aan de verdachte van de kledingstukken die niet in de kruipruimte zijn aangetroffen en voor wat betreft de kledingstukken die in de kruipruimte zijn aangetroffen de verbeurdverklaring te gelasten.
zaaksdossier Kinney
zaaksdossier Inyo
zaaksdossier Whiteside
zaaksdossier Carson
zaaksdossier Pasco
zaaksdossier Yuba
zaaksdossier Toombs
zaaksdossier Ashley
zaaksdossier Renchen
hij op of omstreeks 14 augustus 2019 te Capelle aan den IJssel in elk geval in Nederland, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 7] , gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, voornoemde [slachtoffer 7] in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "kankerwout" en/of "kankerhoer" en/of " teringwijf" en/of "teringhoer" en/of "klotewijf", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
zaaksdossier Kinney
zaaksdossier Inyo
zaaksdossier Carson
zaaksdossier Pasco
zaaksdossier Yuba
zaaksdossier Ashley
zaaksdossier Renchen
hij op 13 augustus 2019 te Krimpen aan den IJssel,
op 14 augustus 2019 te Capelle aan den IJssel,
- een zwarte jas met een capuchon met aan de bovenzijde een band die loopt vanaf de kruin richting de nek;
- schoenen soortgelijk aan de schoenen die de verdachte droeg ruim een uur na de overval;
- een soortgelijke rugzak;
- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp.
- een zwarte rugzak;
- een pet die soortgelijk is aan de pet die de overvaller droeg;
- een pompon;
- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, waarvan ook de overvaller zich bediende, en
- een damesfiets met een verhoogde bagagedrager, soortgelijk aan de fiets waarop de overvaller zich naar de winkel vervoerde.
Voor een bewezenverk1aring van ‘poging tot doodslag’ moet komen vast te staan dat de verdachte bij zijn handelen opzet had op het overlijden van aangever [slachtoffer 6] . Opzet kan worden bewezen verklaard wanneer sprake is van “vol opzet” of van ‘voorwaardelijk opzet’.
in eendaadse samenloop begaan met
afpersing,
afpersing.
afpersing.
afpersing.
afpersing,
zulks terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.
afpersing.
poging tot afpersing.
poging tot doodslag.
[slachtoffer 6] duwde mij. Hij moet met zijn mond praten. Ik heb hem geduwd onder zijn keel. Ik heb hem daarna tegen zijn hoofd geschopt toen hij op de grond lag en ook in zijn schaamstreek. …
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bevelen dat gijzeling zal worden toegepast als de verdachte in gebreke blijft bij betaling en geen verhaal biedt, op de wijze als in dictum van dit arrest is bepaald, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de op te leggen verplichting tot schadevergoeding niet opheft.
De vordering van de [benadeelde partij 7] .
De vordering van de [benadeelde partij 9] .
Algemene overwegingen (art. 6:106 BW Pro)genoemde maatstaf alsmede gelet op de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, zoals hiervoor omschreven, is het hof van oordeel dat [benadeelde partij 9] door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte op andere wijze in haar persoon is aangetast zoals bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, onder b, BW. Aan de verdachte zal aldus de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd tot het bedrag van € 1.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2019. Het hof zal daarbij bevelen dat gijzeling zal worden toegepast als de verdachte in gebreke blijft bij betaling en geen verhaal biedt, op de wijze als in dictum van dit arrest is bepaald, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de op te leggen verplichting tot schadevergoeding niet opheft.
De vordering van de [benadeelde partij 10] .
Algemene overwegingen (kosten onder c. en d.)heeft overwogen, zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
Algemene overwegingen (art. 6:106 BW Pro)genoemde maatstaf alsmede gelet op de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, in het bijzonder de gediagnosticeerde PTSS, zoals hiervoor omschreven, is het hof van oordeel dat [benadeelde partij 10] door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte op andere wijze in haar persoon is aangetast zoals bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, onder b, BW. Het hof begroot deze immateriële schade naar billijkheid op een bedrag van € 2.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2019.
De vordering van de [benadeelde partij 1] .
Algemene overwegingen (kosten onder c. en d.)heeft overwogen, zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
Algemene overwegingen (art. 6:106 BW Pro)genoemde maatstaf alsmede gelet op de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, zoals hiervoor omschreven, is het hof van oordeel dat [benadeelde partij 1] door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte op andere wijze in haar persoon is aangetast zoals bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, onder b, BW. Het hof begroot deze immateriële schade naar billijkheid op een bedrag van € 1.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2019.
De vordering van de [benadeelde partij 2] .
Algemene overwegingen (kosten onder a.)is overwogen komen deze kosten voor vergoeding in aanmerking mits in redelijkheid gemaakt en redelijk van hoogte. Nu de benadeelde partij deze kosten genoegzaam heeft onderbouwd en de redelijkheid van de gemaakte kosten niet, althans niet gemotiveerd, is betwist, zal dit deel van de vordering worden toegewezen.
Algemene overwegingen (kosten onder c. en d.)is overwogen zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
Algemene overwegingen (art. 6:106 BW Pro)genoemde maatstaf alsmede gelet op de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, in het bijzonder de gediagnosticeerde PTSS, zoals hiervoor omschreven, is het hof van oordeel dat [benadeelde partij 2] door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte op andere wijze in haar persoon is aangetast zoals bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, onder b, BW. Het hof begroot deze immateriële schade naar billijkheid op een bedrag van € 2.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2019.
De vordering van de [benadeelde partij 8]
De vordering van de [benadeelde partij 3] .
De vordering van de [benadeelde partij 4] .
De vordering van de [benadeelde partij 5] .
Algemene overwegingen (art. 6:106 BW Pro)genoemde maatstaf alsmede gelet op de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, zoals hiervoor omschreven, is het hof van oordeel dat [benadeelde partij 5] door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte op andere wijze in zijn persoon is aangetast zoals bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, onder b, BW. Het hof begroot deze immateriële schade naar billijkheid op een bedrag van € 1.500,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 februari 2019.
De vordering van de [benadeelde partij 6] .
Algemene overwegingen (kosten onder d.)heeft overwogen zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
Algemene overwegingen (art. 6:106 BW Pro)genoemde maatstaf alsmede gelet op de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, zoals hiervoor omschreven, is het hof van oordeel dat [benadeelde partij 6] door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte op andere wijze in haar persoon is aangetast zoals bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, onder b, BW. Het hof begroot deze immateriële schade naar billijkheid op een bedrag van € 1.500,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 februari 2019.
De vordering van de [benadeelde partij 11] .
Algemene overwegingen (kosten onder c. en d.)is overwogen zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
Algemene overwegingen (art. 6:106 BW Pro)genoemde maatstaf alsmede gelet op de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, zoals hiervoor omschreven, is het hof van oordeel dat [benadeelde partij 11] door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte op andere wijze in haar persoon is aangetast zoals bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, onder b, BW. Het hof begroot deze immateriële schade naar billijkheid op een bedrag van € 2.500,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 februari 2019.
De vordering van de [benadeelde partij 15] .
Algemene overwegingen (kosten onder b.)is overwogen. De benadeelde partij heeft deze kosten genoegzaam onderbouwd en de redelijkheid van de gemaakte kosten is niet, althans niet gemotiveerd, betwist.
De vordering van de [benadeelde partij 12] .
De vordering van de [benadeelde partij 16] .
De vordering van de [benadeelde partij 13] .
Algemene overwegingen (kosten onder a.)is overwogen komen deze kosten voor vergoeding in aanmerking mits in redelijkheid gemaakt en redelijk van hoogte. Nu de benadeelde kosten deze kosten genoegzaam heeft onderbouwd en de redelijkheid van de gemaakte kosten niet, althans niet gemotiveerd, is betwist, zal dit deel van de vordering worden toegewezen.
Algemene overwegingen (kosten onder d.)is overwogen zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
Algemene overwegingen (art. 6:106 BW Pro)genoemde maatstaf alsmede gelet op de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, in het bijzonder de gediagnosticeerde PTSS, is het hof van oordeel dat [benadeelde partij 13] door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte op andere wijze in haar persoon is aangetast zoals bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, onder b, BW. Het hof begroot deze immateriële schade naar billijkheid op het gevorderde bedrag van € 2.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 februari 2019.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
16 (zestien) jaren.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de goederen onder de nummers 39, 46, 49, 50, 60 en 62, zoals vermeld op de aan dit arrest gehechte beslaglijst;
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de goederen onder de nummers 6, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 37, 38, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 47, 48, 52, 53, 54, 55, 56, 57, 58, en 59 zoals vermeld op de aan dit arrest gehechte beslaglijst;
teruggaveaan [benadeelde partij 7] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de goederen onder de nummers 1, 2, 3, 4 en 16, zoals vermeld op de aan dit arrest gehechte beslaglijst;
teruggaveaan W. [slachtoffer 5] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten het goed onder het nummer 61, zoals vermeld op de aan dit arrest gehechte beslaglijst;
€ 1.500,00 (vijftienhonderd euro) als vergoeding ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.500,00 (vijfentwintighonderd euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.500,00 (vijfentwintighonderd euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.500,00 (vijftienhonderd euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.500,00 (vijftienhonderd euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.860,70 (tweeduizendachthonderdzestig euro en zeventig eurocent), bestaande uit een bedrag van
€ 2.500,00 (vijfentwintighonderd euro) ter zake van immateriële schadeen een bedrag van
€ 360,70 (driehonderdzestig euro en zeventig eurocent) ter zake van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.860,70 (tweeduizendachthonderdzestig euro en zeventig eurocent), bestaande uit een bedrag van
€ 2.500,00 (vijfentwintighonderd euro) ter zake van immateriële schadeen een bedrag van
€ 360,70 (driehonderdzestig euro en zeventig eurocent) ter zake van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.500,00 (vijftienhonderd euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.500,00 (vijftienhonderd euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.500,00 (vijftienhonderd euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.500,00 (vijftienhonderd euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.500,00 (vijfentwintighonderd euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.500,00 (vijfentwintighonderd euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.329,05 (dertienhonderdnegenentwintig euro en vijf eurocent) ter zake van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 120,00 (honderdtwintig euro).
€ 1.329,05 (dertienhonderdnegenentwintig euro en vijf eurocent) ter zake van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.070,78 (tweeduizendzeventig euro en achtenzeventig eurocent), bestaande uit een bedrag van
€ 2.000,00 (tweeduizend euro) ter zake van immateriële schadeen een bedrag van
€ 70,78 (zeventig euro en achtenzeventig eurocent) ter zake van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.070,78 (tweeduizendzeventig euro en achtenzeventig eurocent), bestaande uit een bedrag van
€ 2.000,00 (tweeduizend euro) ter zake van immateriële schadeen een bedrag van
€ 70,78 (zeventig euro en achtenzeventig eurocent) ter zake van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.