ECLI:NL:GHSHE:2022:941

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
24 maart 2022
Publicatiedatum
24 maart 2022
Zaaknummer
200.291.119_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvBesluit Gezagsregisters
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige

Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen Stichting Jeugdbescherming Brabant inzake de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind. Het hof heeft bij beschikking van 3 juni 2021 de gecertificeerde instelling opgedragen een gezinsopname te onderzoeken en hierover te rapporteren.

Uit de rapportages en stukken blijkt dat de machtiging voor de periode van 31 januari 2021 tot 31 oktober 2021 op goede gronden is verlengd. De minderjarige werd bedreigd in zijn ontwikkeling door het verblijf in een niet-perspectief biedend gezin. Daarom werd een gezinsopname bij Sterk Huis georganiseerd, waarbij de moeder, de minderjarige en het inmiddels geboren tweede kind deelnamen.

De gezinsopname leidde ertoe dat de minderjarige weer bij de moeder woont, met een deeltijduithuisplaatsing in een gezinshuis. Hoewel er positieve ontwikkelingen zijn, zijn de zorgen over de moeder nog niet geheel weggenomen en is onduidelijk of de minderjarige op lange termijn volledig bij haar kan wonen.

Het hof oordeelt dat de verlenging van de uithuisplaatsing noodzakelijk was om het gezinstraject voort te zetten en om te kunnen ingrijpen bij eventuele terugval. Daarom bekrachtigt het hof de bestreden beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 29 januari 2021.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 31 oktober 2021.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak : 24 maart 2022
Zaaknummer : 200.291.119/01
Zaaknummer 1e aanleg : C/01/362075 / JE RK 20-1359
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. P.J.A. van de Laar,
tegen
Stichting Jeugdbescherming Brabant,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
de gecertificeerde instelling,
hierna te noemen: de GI.
Deze zaak gaat over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum ] 2014 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[pleegouders], de voormalige pleegouders van [minderjarige] , hierna te noemen: de pleegouders.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de
Raad voor de Kinderbescherming,
regio Zuidoost Nederland, locatie [locatie] , hierna te noemen: de raad.
als vervolg op de beschikking van 3 juni 2021.

5.De beschikking van 3 juni 2021

Bij beschikking van 3 juni 2021 heeft het hof de GI opgedragen om de mogelijkheden voor een gezinsopname te onderzoeken en het hof hierover uiterlijk 5 oktober 2021 te rapporteren. Iedere overige beslissing is aangehouden tot 5 oktober 2021 pro forma.

6.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Het hof heeft na voornoemde beschikking nog kennisgenomen van de inhoud van:
  • de brief met bijlagen van de GI d.d. 1 oktober 2021;
  • de brief van de raad d.d. 13 oktober 2021;
  • de brief van de advocaat van de moeder d.d. 20 oktober 2021;
  • de brief van de raad d.d. 31 januari 2022;
  • het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 10 februari 2022.

7. De verdere beoordeling in hoger beroep

7.1.
Het hof concludeert, mede op grond van de meest recente informatie, dat de machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de periode 31 januari 2021 tot 31 oktober 2021 op goede gronden is verlengd.
7.2.
[minderjarige] wordt al langere tijd in zijn ontwikkeling bedreigd. Gelet op de situatie van [minderjarige] destijds, die bij een niet perspectief biedend gezin verbleef, in samenhang met de positieve ontwikkelingen aan de zijde van de moeder, heeft het hof een gezinsopname voorgesteld, zodat er meer zicht kon komen op de vaardigheden van de moeder in relatie tot [minderjarige] en het destijds nog ongeboren kind van de moeder.
7.3.
Uit de stukken is gebleken dat er in de periode van 13 september 2021 tot 3 januari 2022 een gezinsopname van de moeder, [minderjarige] en het inmiddels geboren tweede kind van de moeder ( [kind] ) bij Sterk Huis heeft plaatsgevonden.
Uit de door de moeder overgelegde beschikking van de rechtbank van 18 januari 2022 blijkt dat de gezinsopname ertoe heeft geleid dat [minderjarige] weer bij de moeder woont, met dien verstande dat hij via een deeltijduithuisplaatsing om de week een weekend in een gezinshuis verblijft. Uit de bevindingen van Sterk Huis en de overwegingen van de rechtbank in genoemde beschikking blijkt dat de zorgen over de moeder nog niet geheel zijn weggenomen en dat nog niet duidelijk is of [minderjarige] op de lange duur geheel bij de moeder kan wonen.
7.4.
Met betrekking tot de vraag of de uithuisplaatsing moet worden verlengd tot 31 oktober 2021 overweegt het hof dat de positieve ontwikkelingen van de moeder nog pril zijn en een verlenging van de uithuisplaatsing noodzakelijk is geweest om het project bij Sterk Huis te kunnen continueren en om in te kunnen grijpen als de moeder niet meer zou willen meewerken aan het gezinstraject.
7.5.
Op grond van het voorgaande zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen.

8.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 29 januari 2021;
verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Oost-Brabant, team familie- en jeugdrecht, ter attentie van het centraal gezagsregister.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.F.A.M. Graafland-Verhaegen, E.M.C. Dumoulin en A.M. Bossink en is op 24 maart 2022 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.