ECLI:NL:GHSHE:2022:944
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en draagkrachtberekening na relatiebeëindiging
Partijen zijn de ouders van een minderjarige geboren in 2020 en waren in eerste aanleg betrokken bij een procedure over kinderalimentatie. De man kwam in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank waarin hij een maandelijkse bijdrage van €555 moest betalen, geïndexeerd naar €571,65.
In het hoger beroep betwistte de man de behoefte van het kind niet langer, maar voerde hij aan dat zijn draagkracht lager was vanwege een schuld aan de Belastingdienst. Het hof stelde vast dat de man een gemiddeld inkomen van €35.700 per jaar heeft, maar dat de aflossingen van zijn schuld tot 1 maart 2023 zijn draagkracht beperken. De vrouw heeft een beperkte draagkracht van €25 per maand, maar het hof rekent vanaf 1 maart 2023 met een inkomen op minimumloon.
De zorgkorting werd vastgesteld op 15% vanaf 1 maart 2023 vanwege het beperkte contact tussen man en kind. Het hof bepaalde daarom een kinderalimentatie van €53 per maand tot 1 maart 2023 en daarna €290 per maand, waarbij de zorgkorting is verwerkt. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man betaalt €53 per maand kinderalimentatie tot 1 maart 2023 en daarna €290 per maand.