De vader is in hoger beroep gegaan tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van zijn 6-jarige zoon, omdat hij meent dat de hulpverlening niet langer noodzakelijk is en de omgang met de moeder zonder toezicht kan plaatsvinden.
De rechtbank had de ondertoezichtstelling verlengd tot november 2022, waarbij de vader het eenhoofdig gezag heeft. De gecertificeerde instelling (GI) stelt dat de regie van de gezinsvoogd noodzakelijk blijft om de omgang met de moeder veilig en gestructureerd te laten verlopen, gezien de problematiek van de moeder en de heftige reacties van de minderjarige.
Het hof erkent de positieve ontwikkeling bij de vader en de stabiele opvoedsituatie, maar benadrukt dat de omgang met de moeder nog kwetsbaar is. De omgang is tijdelijk stilgelegd vanwege de negatieve effecten op de minderjarige, maar zal onder begeleiding hervat worden. De ondertoezichtstelling wordt daarom bekrachtigd voor de volledige termijn om de veiligheid en continuïteit te waarborgen.
Het hof wijst het beroep van de vader af en benadrukt dat de GI de laatste fase van de ondertoezichtstelling zal benutten om een passende omgangsregeling te realiseren die het belang van de minderjarige dient.