Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen hadden een co-ouderschapsregeling voor hun kind, die sinds september 2020 niet meer werd uitgevoerd vanwege bedreigingen door de man en een daaropvolgende uithuisplaatsing bij de vrouw. De vrouw verzocht om toestemming om met het kind te verhuizen naar een andere plaats, het hoofdverblijf bij haar te bepalen en een aangepaste zorgregeling vast te stellen.
De rechtbank wees dit verzoek af, maar het hof vernietigde deze beschikking. Het hof stelde vast dat de vrouw uit veiligheidsoverwegingen noodgedwongen was verhuisd en dat het belang van het kind en de vrouw bij de verhuizing zwaarder woog dan het belang van de man om het kind in de oorspronkelijke woonplaats te houden. Het kind is inmiddels ingebed in de nieuwe woonplaats en heeft daar sociale contacten en school.
Het hof bepaalde dat het hoofdverblijf bij de vrouw komt en stelde een zorgregeling vast waarbij het kind twee weekenden achtereen bij de man verblijft en vervolgens een weekend bij de vrouw, met ruimte voor aanpassing op basis van het voetbalrooster van het kind. De vrouw draagt zorg voor het brengen en halen, met overdracht via de moeder van de man. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof verleent de vrouw toestemming tot verhuizing met het kind, wijzigt het hoofdverblijf naar de vrouw en stelt een zorgregeling vast van twee weekenden bij de man en één weekend bij de vrouw.