Uitspraak
- ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod’ en ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ (het onder 1 tenlastegelegde);
- ‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ (het onder 2 tenlastegelegde),
hij op of omstreeks 29 juni 2018 te Veen, gemeente Aalburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bewerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad:
hij op of omstreeks 29 juni 2018 in Culemborg, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 82 gram hashish en/of 167 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hashish en/of hennep, zijnde hashish en/of hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op 29 juni 2018 te Veen, gemeente Aalburg, opzettelijk heeft afgeleverd en verstrekt en vervoerd 4.260 gram amfetamine, zijnde amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij op 29 juni 2018 in Culemborg opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 82 gram hashish en 167 gram hennep, zijnde hashish en hennep, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 juli 2018, dossierpagina’s 73-75, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 1] :
Een geschrift, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 26 februari 2019 (los document), nummer 2019.02.26.037, opgemaakt door de NFI-deskundige [NFI deskundige 2] , voor zover inhoudende als relaas van rapporteur:
Een geschrift, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 26 februari 2019 (los document), nummer 2019.02.26.019, opgemaakt door de NFI-deskundige [NFI deskundige 2] , voor zover inhoudende als relaas van rapporteur:
Een geschrift, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 30 juli 2018, dossierpagina’s 276-277, nummer 2018.07.19.085 opgemaakt door de NFI-deskundige C.M.M. Diever - Heezen, voor zover inhoudende als relaas van rapporteur:
Een geschrift, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 26 februari 2019 (los document), nummer 2019.02.26.059 opgemaakt door de NFI-deskundige [NFI deskundige 2] , voor zover inhoudende als relaas van rapporteur:
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 juni 2018, dossierpagina’s 104-105, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] :
Het proces-verbaal van doorzoeking d.d. 2 juli 2018, dossierpagina’s 176-179, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 1] :
8.Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina 318:
9.Kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina 320:
10.Kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina 330:
Een geschrift, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 27 juli 2018, dossierpagina’s 288-289, nummer 2018.07.18.206 opgemaakt door de NFI-deskundige [NFI deskundige] , voor zover inhoudende als relaas van rapporteur:
Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming (los document), proces-verbaalnummer: PL2000-2018077511-113:
Een geschrift, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 15 februari 2019 (los document), nummer 2019.02.15.174 opgemaakt door de NFI-deskundige [NFI deskundige 2] , voor zover inhoudende als relaas van rapporteur:
Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming (los document), proces-verbaalnummer: PL2000-2018077511-121:
Een geschrift, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 15 februari 2019 (los document), nummer 2019.02.15.176 opgemaakt door de NFI-deskundige [NFI deskundige 2] , voor zover inhoudende als relaas van rapporteur:
16.Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina 388:
17.Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina 389:
18.Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina 390:
Een geschrift, te weten een aanvraag bij het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 30 juni 2018, dossierpagina 291, aangevraagd door FO Zeeland-West-Brabant:
Een geschrift, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 27 juli 2018, dossierpagina’s 288-289, nummer 2018.07.18.206 opgemaakt door de NFI-deskundige [NFI deskundige] , voor zover inhoudende als relaas van rapporteur:
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 juni 2018, dossierpagina’s 109-110, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 3] :
Verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 24 januari 2022:
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 juli 2018, dossierpagina 160, voor zover inhoudende als verklaring van [verbalisant 4] :
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juli 2018, dossierpagina 152, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 1] :
Het proces-verbaal van doorzoeking d.d. 2 juli 2018, dossierpagina’s 176-179, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant [verbalisant 1] :
De verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 23 juni 2020:
- het onder de verdachte aangetroffen geldbedrag bestond uit een veelheid van kleinere, verschillende coupures, te weten 50 biljetten van € 50,00 en 10 biljetten van € 20,00;
- de in de woning van de verdachte aangetroffen hoeveelheden harddrugs, ongeveer 2.628 gram amfetamine en 620 (XTC) pillen, op een dealerindicatie duiden;
- de op de telefoon van de verdachte aangetroffen Whatsappberichten veelal drugsgerelateerd zijn,
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden.
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.