In deze zaak vordert de man de schorsing van de tenuitvoerlegging van een beschikking van 8 juli 2020, waarin hij werd verplicht kinderalimentatie te betalen aan de vrouw voor hun minderjarige kind. De man stelt dat hij niet op de hoogte was van de oorspronkelijke procedure en betwist zijn vaderschap, hetgeen volgens hem een juridische en feitelijke misslag inhoudt. Tevens voert hij aan dat de vrouw misbruik van bevoegdheid maakt door alimentatie te innen zonder contact tussen hem en het kind.
De voorzieningenrechter wees het verzoek tot schorsing af, waarna de man hoger beroep instelde. Het hof toetst of de tenuitvoerlegging misbruik van bevoegdheid oplevert, zoals vereist bij schorsing van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis. Het hof oordeelt dat de man onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van misbruik van bevoegdheid. De alimentatieplicht staat los van het recht op contact en de vrouw maakt gebruik van haar wettelijk recht.
Het hof benadrukt het belang van duidelijkheid over het vaderschap en verwacht dat partijen medewerking zullen verlenen aan een DNA-onderzoek. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en wijst het hoger beroep af.