ECLI:NL:GHSHE:2023:1049

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
30 maart 2023
Publicatiedatum
30 maart 2023
Zaaknummer
200.308.234_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling voorlopige zorg- en omgangsregeling na overeenstemming ouders

Deze zaak betreft een geschil over de voorlopige omgangsregeling tussen de vader en zijn drie minderjarige kinderen. Het hof vernietigde een eerdere beschikking van de rechtbank Limburg voor zover deze de omgangsregeling betrof en stelde een nieuwe regeling vast.

De ouders namen deel aan het jeugdhulptraject Nieuw Ouderschap, waarbij zij tot overeenstemming kwamen over de zorgregeling. De vader heeft geen bekende woon- of verblijfplaats meer en zijn advocaat heeft zich onttrokken vanwege het ontbreken van contact. Het hof gaat uit van stilzwijgende instemming van de vader met de regeling, mede omdat deze in de praktijk wordt nageleefd.

De vastgestelde regeling bepaalt dat de kinderen in even weken van vrijdagmiddag tot zondagavond bij de vader verblijven en in oneven weken van donderdagmiddag tot zaterdagavond, met duidelijke afspraken over ophalen en brengen. Het hof verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het hof stelt de voorlopige zorg- en omgangsregeling vast zoals overeengekomen door de ouders en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 30 maart 2023
Zaaknummer: 200.308.234/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/300954 / FA RK 22-175
Vervolgbeschikking van de meervoudige kamer van 30 maart 2023
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder],
wonende op een bij het hof bekend adres,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M.C.L.G.J. Ruyters-Stevens,
tegen
[de vader],
zonder bekende woon- of verblijfplaats;
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
voormalig advocaat: mr. R.P.H.W. Haas.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
vestiging: [vestigingsplaats];
hierna te noemen: de raad.
In het kort:
Deze zaak gaat over de voorlopige omgangsregeling tussen de vader en:
  • [minderjarige 1](hierna: [minderjarige 1]), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2017;
  • [minderjarige 2](hierna: [minderjarige 2]), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2020;
  • [minderjarige 3](hierna: [minderjarige 3]), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2021;
hierna samen ook genoemd: de kinderen.

5.De beschikking d.d. 19 mei 2022

Bij die beschikking heeft het hof de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond van 4 februari 2022 vernietigd uitsluitend voor zover het betreft de in die beschikking onder 7.1 vastgestelde voorlopige omgangsregeling en voorts, kort samengevat,
de navolgende
voorlopigeomgangsregeling tussen de vader en [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bepaald:
  • [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven het ene weekend op de zaterdag van 10:00 uur tot 18:00 uur bij de vader, waarbij de vader de kinderen bij de moeder ophaalt en de moeder de kinderen weer ophaalt bij de vader;
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven het andere weekend op zaterdag van 10:00 uur tot zondag 18:00 uur bij de vader, waarbij de vader [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op zaterdag bij de moeder ophaalt en de moeder op zondag [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weer ophaalt bij de vader;
  • [minderjarige 3] verblijft het andere weekend op de zaterdag van 10:00 uur tot 18:00 uur bij de vader, waarbij de vader [minderjarige 3] ophaalt bij de moeder en de moeder [minderjarige 3] weer ophaalt bij de vader;
Verder heeft het hof de ouders in de gelegenheid gesteld om deel te nemen aan het jeugdhulptraject Nieuw Ouderschap (NO) in het kader van het Uniform Hulpaanbod (UHA) en iedere verdere beslissing aangehouden in afwachting van het rapport van de jeugdhulpaanbieder en/of het rapport en advies van de raad.

6.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

6.1.
Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:
- de eindrapportage van het Nieuw Ouderschapstraject van [instantie] ingekomen ter griffie op 12 januari 2023 alsmede de omgangsregeling;
- de brief van de advocaat van de moeder d.d. 22 februari 2023;
- het V2-formulier van mr. Haas waarbij hij zich onttrekt als advocaat van de vader.
6.2.
Er heeft geen (voortgezette) mondelinge behandeling plaatsgevonden.

7.De verdere beoordeling

7.1.
De advocaat van de moeder heeft het hof bij voormeld bericht van 22 februari 2023 te kennen gegeven dat partijen overeenstemming hebben bereikt ten aanzien van de zorgregeling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en dat voor zover nodig eventuele andere verzoeken worden ingetrokken en dat er geen mondelinge behandeling meer plaats hoeft te vinden. De advocaat van de moeder heeft het hof verzocht om de inhoud van de tussen partijen overeengekomen zorgregeling deel uit te laten maken van de door het hof in dezen af te geven beschikking.
7.2.
Op 22 februari 2023 heeft het hof de advocaat van de man verzocht de overeenstemming schriftelijk te bevestigen, waarop deze zich als advocaat heeft onttrokken omdat hij ondanks meerdere rapellen en pogingen geen contact met de vader heeft kunnen krijgen.
7.3.
Het hof gaat ervan uit dat de vader stilzwijgend met deze zorgregeling instemt, nu de overeengekomen zorgregeling tot stand is gekomen gedurende het door de ouders bij [instantie] gevolgde traject Nieuw Ouderschap en de vader de overeengekomen zorgregeling reeds geruime tijd in zijn algemeenheid naleeft. Dit blijkt ook uit de uitvoerige eindrapportage van [instantie] en de advocaat van de moeder heeft dit eveneens aangegeven. Het hof merkt daarbij op dat de advocaat van de vader zich heeft onttrokken omdat hij geen contact krijgt met de vader en het hof gebleken is dat de vader geen bekende woon- of verblijfplaats meer heeft, zodat het hof de vader ook niet op andere wijze zijn standpunt kan vragen.
7.4.
Nu partijen een werkbare zorgregeling zijn overeengekomen en deze in de praktijk ook uitvoeren, is het hof van oordeel dat de overeengekomen zorgregeling in het belang is van de kinderen. Gelet op het voorgaande zal het hof de zorgregeling vaststellen zoals door de moeder is verzocht en door partijen wordt uitgevoerd.

8.De beslissing

Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond van 4 februari 2022 uitsluitend voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en voor zover het betreft de in die beschikking onder 7.1 vastgestelde voorlopige omgangsregeling,
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
bepaalt de navolgende
voorlopigeomgangsregeling tussen de vader en [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3]:
  • [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven bij de vader in de even weken van vrijdag 16.00 uur tot zondag 18.00 uur; de vader haalt de kinderen bij de moeder op en de moeder haalt de kinderen bij de vader op;
  • [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven bij de vader in de oneven weken van donderdag 15.00 tot zaterdag 18.00 uur; de vader haalt [minderjarige 1] donderdag op van school en de jongste twee worden aansluitend bij de moeder thuis opgehaald; de moeder haalt de kinderen zaterdag bij de vader op en de vader brengt en haalt [minderjarige 1] op vrijdag naar school en de jongste twee naar de BSO;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.P. de Beij, J.C.E. Ackermans-Wijn en C.N.M. Antens en is in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.