In deze zaak in hoger beroep tussen de moeder en de vader over verzoeken tot vervangende toestemming voor verhuizing, wijziging van het hoofdverblijf van de kinderen en wijziging van kinderalimentatie, heeft het hof op 30 maart 2023 een beschikking gegeven.
Na de beschikking meldde de advocaat van de moeder een kennelijke fout in het dictum, waar het maandelijkse alimentatiebedrag ten onrechte was vastgesteld op €405 in plaats van het overeengekomen €519. De advocaat van de vader maakte geen bezwaar tegen het herstelverzoek.
Het hof oordeelde dat sprake was van een eenvoudige schrijffout die hersteld kon worden. De beschikking werd op 20 april 2023 hersteld, waarbij het maandelijkse alimentatiebedrag werd vastgesteld op €519 per maand met ingang van 1 januari 2023, en de vader werd verplicht de achterstallige alimentatie van €1.417,73 uiterlijk vóór 1 april 2023 te voldoen.
De overige onderdelen van de beschikking werden bekrachtigd en het meer of anders verzochte werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan in het openbaar in aanwezigheid van de griffier.