Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] , ’s-Hertogenbosch,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] , ’s-Hertogenbosch,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/361528 / HA ZA 20-519)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het exploot van anticipatie van [geïntimeerden] ;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de akte houdende overlegging producties 31 tot en met 36 van [geïntimeerden]
- de mondelinge behandeling d.d. 2 december 2022.
3.De beoordeling
primair[geïntimeerden] hoofdelijk te veroordelen tot het afbreken van de scheidingsmuur in de slaapkamer eerste verdieping en [geïntimeerden] ertoe te verplichten de scheidingsmuur te plaatsen, conform het gewezen vonnis d.d. 22 juni 2016 een en ander onder oplegging van een dwangsom van 500,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag, dat [geïntimeerden] niet voldoet aan de sub 5 punt 1. vermelde veroordeling, zoals vermeld in het vonnis d.d. 22 juni 2016 met een maximum van € 30.000,00;
financieel aansprakelijk” zal stellen indien hij gebruik maakt van de slaapkamer op de eerste verdieping. Uit de als bijlage bij voornoemde brief gevoegde brief van de bij de veiling betrokken makelaar van 26 juli 2014 blijkt verder dat de slaapkamer “
juridisch gezien niet bij het Registergoed dat destijds op de veiling is gekocht en daarna is doorverkocht” aan [geïntimeerden] behoort, zodat het voor [geïntimeerden] kenbaar was dat de slaapkamer niet behoorde tot het aan hem geleverde.