Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 26 juli 2022 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast, welke mondelinge behandeling uiteindelijk niet heeft plaatsgevonden;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de mondelinge behandeling, waarbij beide partijen spreeknotities hebben overgelegd;
- de bij brieven van 17 februari 2023 en 2 maart 2023 door [appellante] toegezonden producties, die [appellante] bij de mondelinge behandeling in het geding heeft gebracht.
6.De beoordeling
De sloopwerken worden zodanig uitgevoerd dat geen gevaar zal ontstaan voor instorting van delen van gebouwen of voor stabiliteitsverlies van constructies. Dit geldt tevens voor het sloopwerk in de nabijheid van de aan dit werk grenzende gebouwen van derden. (…)”.
1. Ten gevolge van de sloopwerkzaamheden; het gedeelte van de bestaande gevel dat gescheurd is slopen en opnieuw met de nieuwe gevel op trekken in verband.
Ik heb inderdaad van mij bouwbegeleider ( [persoon B] ) gehoord dat jullie aan hem gevraagd hebben om een offerte uit te brengen voor het herstel van de door jullie ontstane schade aan de belendingen van de buurman (…)”.
De herstelwerkzaamheden conform punt 1 en punt 5 (hof: de punten 1 en 5 zoals genoemd onder v
) worden op kosten van [appellante] hersteld door [persoon B] .”.
Voor ons is het ook akkoord als dit voor jullie het beste is.
het gedeelte van de bestaande gevel dat gescheurd is slopen en opnieuw met de nieuwe gevel op trekken in verband.” Het in het rapport van [---] onder punt 1 voorgeschreven herstel houdt in dat de beschadigde gevel wordt gesloopt en als onderdeel van de nieuwbouw die op het perceel van [geïntimeerde] zou plaatsvinden, opnieuw wordt opgetrokken. Deze nieuwbouw heeft tot op heden niet plaatsgevonden en uit de verklaringen van [geïntimeerde] ter zitting blijkt dat het onzeker is of [geïntimeerde] wel tot nieuwbouw zal overgaan. Van herstel op de door [---] voorgeschreven wijze kan dus geen sprake zijn, althans niet op korte termijn. Dit alles maakt de vordering tot het herstellen van de schade aan de opstallen zoals bedoeld in de rapportage van [---] onder punt 1 niet kan worden toegewezen. Dit zou immers betekenen dat [appellante] verplicht zou worden tot het verrichten van herstelwerkzaamheden die bij afwezigheid van nieuwbouw niet mogelijk zijn, en dus afhankelijk zouden zijn van instemming van zowel [persoon A] als [geïntimeerde] met eventuele alternatieve werkzaamheden. Bovendien is niet duidelijk om welke alternatieve werkzaamheden het dan gaat en of en, zo ja, wanneer deze door Laudy Bouw & Ontwikkeling B.V. zouden kunnen worden verricht. Dit betekent dat het hof de veroordeling tot herstel zoals vermeld in het rapport van [---] onder punt 1 en het daarmee samenhangende deel van de dwangsomveroordeling zal vernietigen.