Deze zaak betreft een geschil tussen ouders over het hoofdverblijf van hun minderjarige kind, vervangende toestemming voor verhuizing, inschrijving op een andere school en de zorg- en contactregeling.
Het hof heeft het advies van de Raad voor de Kinderbescherming ingewonnen, die concludeerde dat het belang van het kind het best gediend is met het hoofdverblijf bij de vader vanwege stabiliteit en continuïteit. De moeder wilde het hoofdverblijf en de schoolkeuze bij haar gevestigd zien, maar het hof volgde het advies van de raad en wees deze verzoeken af.
De zorgregeling is vastgesteld waarbij de minderjarige doordeweeks bij de vader verblijft, het weekend grotendeels bij de moeder doorbrengt en vakanties en feestdagen gelijk verdeeld worden. De regeling is reeds in de praktijk toegepast en verloopt goed.
Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking van de rechtbank en compenseert de proceskosten zodanig dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het verzoek van de moeder wordt verder afgewezen.