Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
[minderjarige 1](hierna: [minderjarige 1] ), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2012;
[minderjarige 2](hierna: [minderjarige 2] ), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2016.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die haar verzoek tot vernietiging van de erkenning van minderjarige 2 door de vader en het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag over minderjarige 1 had afgewezen.
De moeder betoogde dat de erkenning van minderjarige 2 door de vader vernietigd moest worden omdat hij niet de biologische vader is, en dat het gezamenlijk gezag over minderjarige 1 beëindigd moest worden vanwege ernstige communicatieproblemen en het onaanvaardbare risico dat het kind klem zou raken tussen de ouders.
Het hof oordeelde dat geen sprake was van dwaling, bedrog of bedreiging bij de erkenning van minderjarige 2 en dat het verzoek tot vernietiging daarom niet ontvankelijk was. Ook zag het hof geen aanleiding tot benoeming van een andere bijzondere curator. Ten aanzien van het gezag stelde het hof vast dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord is, de vader geen invulling geeft aan zijn gezagsrechten en niet bereikbaar is, waardoor het belang van minderjarige 1 vereist dat het gezag eenhoofdig aan de moeder wordt toegekend.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank voor zover het het gezag betreft en kende het eenhoofdig gezag toe aan de moeder, terwijl het verzoek tot vernietiging van de erkenning werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof beëindigt het gezamenlijk gezag over minderjarige 1 en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder, terwijl het verzoek tot vernietiging van de erkenning wordt afgewezen.