Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de brief met bijlagen van de GI d.d. 17 februari 2023;
- de tijdens de mondelinge behandeling door de GI overgelegde pleitaantekeningen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank die een machtiging tot uithuisplaatsing van zijn minderjarige zoon bij de grootmoeder moederszijde heeft verleend. De vader betwist de noodzaak van deze uithuisplaatsing en stelt dat de GI onvoldoende heeft gemotiveerd waarom minder ingrijpende maatregelen niet toereikend zijn.
Het hof stelt vast dat de minderjarige sinds 2018 onder toezicht staat en dat er reeds voor een incident op 26 augustus 2022 zorgen waren over zijn situatie, zoals frequente schoolverzuim en het ontbreken van noodzakelijke traumabehandeling. Het incident op het vakantiepark, waarbij sprake was van scheldpartijen, bedreigingen en fysiek geweld vermoedelijk onder invloed van middelen, versterkt deze zorgen.
De GI betwist dat de vader en stiefmoeder openstaan voor hulpverlening en wijst op een patroon van onvoldoende samenwerking en het niet naleven van veiligheidsafspraken. Sinds de plaatsing bij de grootmoeder is er een positieve ontwikkeling zichtbaar bij de minderjarige.
Het hof oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De terugplaatsing kan alleen geleidelijk plaatsvinden en is afhankelijk van een goede samenwerking tussen de GI en de ouders. De door de vader aangevoerde jurisprudentie van het EHRM en internationale verdragen verzetten zich niet tegen deze maatregel.
Daarom bekrachtigt het hof de bestreden beschikking en wijst het het beroep van de vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de grootmoeder moederszijde en wijst het beroep van de vader af.