Uitspraak
9.De beschikking van 4 augustus 2022
11.De verdere beoordeling
8.De beslissing
2 februari 2021 voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en wijst de verzoeken van de vader af;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat het gezag en de zorgregeling over een minderjarig kind centraal. De vader heeft verzocht om een zorgregeling vast te stellen en nakoming daarvan af te dwingen, terwijl de moeder het gezag uitoefent en de vader zich distantieert van het kind. De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming zijn betrokken vanwege een ondertoezichtstelling.
Tijdens de procedure is gebleken dat de vader geen contact onderhoudt met de moeder, het kind of de gecertificeerde instelling, ondanks pogingen daartoe. De vader is niet verschenen bij de mondelinge behandeling en zijn voormalig advocaat heeft zich teruggetrokken. Hierdoor is gezamenlijke gezagsuitoefening niet mogelijk en is er geen sprake van contact tussen vader en kind.
Het hof oordeelt dat wijziging van het gezamenlijk gezag in het belang van het kind noodzakelijk is en wijst het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling af. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en de moeder krijgt het eenoudergezag toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de affectieve relatie tussen partijen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader af en kent het gezag toe aan de moeder.