Uitspraak
- ‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 1);
- ‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 2), en
- ‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ (feit 3),
‘proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 april 2018, p. 115 en 116’– te weten de verklaring van [medeverdachte 1] (opgenomen op pagina 3 van het vonnis) – aan met het volgende:
‘proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 april 2018 en opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , dossierpagina 150’, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
het losse geschift getiteld “pro justitia navolgend proces-verbaal 005824/18”, bevattende een verklaring van getuige [medeverdachte 1] d.d. 25 oktober 2018, opgemaakt door de lokale politie PZ Tienen-Hoegaarden d.d. 25 oktober 2018’, voor zover inhoudende als verklaring van die [medeverdachte 1] :
‘3.3.2.1 Redelijk vermoeden van schuld’op pagina 6 van het vonnis ná “Het staande houden van [medeverdachte 2] , [betrokkene 1] , [medeverdachte 1] en [betrokkene 2] was dan ook rechtmatig, waardoor bewijsuitsluiting op grond van artikel 359a Sv niet aan de orde is.” het navolgende toe:
‘3.3.2.3 Een schending van het ondervragingsrecht ex artikel 6 EVRM Pro?’op pagina 7 van het vonnis het navolgende vervallen:
‘3.3.2.3 Een schending van het ondervragingsrecht ex artikel 6 EVRM Pro?’op pagina 7 van het vonnis ná “In deze zaak hebben de Nederlandse autoriteiten naar het oordeel van de rechtbank alle inspanningen verricht die redelijkerwijs gevergd konden worden om te verzekeren dat [medeverdachte 1] ten overstaan van een rechterlijke autoriteit (en de verdediging) een verklaring zou afleggen, zodat de rechtbank goede redenen acht voor haar afwezigheid als getuige.” het navolgende toe:
‘3.3.2.3 Een schending van het ondervragingsrecht ex artikel 6 EVRM Pro?’op pagina 8 van het vonnis ná “Haar verklaring is niet
‘sole or decisive’of van
‘considerable weight’.’ het navolgende toe:
‘3.3.2.4 Fotoconfrontatie’op pagina 8 van het vonnis door het navolgende:
‘3.3.2.5 Bewijsoverweging’het navolgende vervallen:
‘3.3.2.5 Bewijsoverweging’het navolgende toe:
gevangenisstrafvoor de duur van
16 (zestien) maanden;
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) maanden;