Verzoekers hebben hoger beroep ingesteld in belastingzaken en tijdens de zitting van 6 april 2023 een wrakingsverzoek ingediend tegen raadsheer W.A.P. van Roij. De wrakingskamer heeft dit verzoek zonder mondelinge behandeling beoordeeld en vastgesteld dat het verzoek te laat is ingediend, omdat verzoekers al ruim voor de zitting op de hoogte waren van de samenstelling van de kamer en de betrokken raadsheer.
Daarnaast is het wrakingsverzoek gebaseerd op een standpunt dat de raadsheer het Unierecht niet waarborgt en de exclusieve bevoegdheid van de Unierechter miskent. De wrakingskamer oordeelt dat dit geen geldige grond is voor wraking, omdat het bezwaar ziet op rechtstoepassing en niet op onpartijdigheid van de rechter. Bovendien is dit standpunt al eerder door dezelfde gemachtigde gebruikt, wat wordt beschouwd als misbruik van het wrakingsmiddel.
De wrakingskamer verklaart verzoekers daarom niet-ontvankelijk en bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was vóór het wrakingsverzoek. Tevens wordt bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaken niet in behandeling zal worden genomen. De beslissing is gegeven door een meervoudige kamer op 13 april 2023.