Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- ‘smaadschrift’ (feit 2) en
- ‘poging tot een ander door bedreiging met smaad dwingen iets te doen’ (feit 3),
de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
€ 2.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening. Ten behoeve van het slachtoffers is tevens de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
Een klacht houdt de wens tot vervolging in van hetgeen qua gedragingen van de verdachte is opgenomen in de aangifte waarnaar in die klacht is verwezen. De eventuele kwalificatie die in de aangifte is gegeven aan de feiten waarover in die aangifte is verklaard, vormt naar bestendige jurisprudentie geen beletsel voor een andere kwalificatie op de uiteindelijke tenlastelegging. Het hof stelt vast dat aangeefster klacht heeft gedaan van de feiten die thans in hoger beroep voorliggen en welke feiten verdachte bij dagvaarding ten laste zijn gelegd. Het tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie strekkende verweer kan derhalve in dit opzicht niet slagen.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 mei 2020 te Hulsberg, in de gemeente Beekdaelen en/of in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door meermalen, althans eenmaal, (telkens)
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 mei 2020 te Hulsberg, in de gemeente Beekdaelen en/of in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 mei 2020 in Nederland, meermalen, (telkens) opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften en/of afbeeldingen verspreid, door (telkens)
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 mei 2020 in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
smaadschrift, meermalen gepleegd.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) maanden.
2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
€ 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro)als vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro)als vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 35 (vijfendertig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.