De minderjarige, geboren in 2008 en verblijvend in een gesloten jeugdhulpinstelling, is onder voogdij gesteld en woont sinds juni 2022 in een gesloten accommodatie. De rechtbank verleende meerdere machtigingen voor gesloten jeugdhulp, waarvan de laatste loopt van 23 augustus 2022 tot 23 februari 2023. De minderjarige heeft hoger beroep ingesteld tegen deze machtiging omdat zij van mening is dat vrijwillige hulp beter aansluit bij haar behoeften en dat de gesloten plaatsing haar niet helpt.
De gecertificeerde instelling (GI) stelt dat ondanks recente positieve ontwikkelingen er nog steeds ernstige zorgen zijn over de minderjarige, waaronder haar sociaal-emotionele ontwikkeling, copingvaardigheden en veiligheid. De GI benadrukt dat de gesloten machtiging noodzakelijk is om continuïteit en veiligheid te waarborgen en om te voorkomen dat de minderjarige op crisisgroepen wordt geplaatst.
Het hof overweegt dat aan de formele vereisten van de Jeugdwet is voldaan en sluit zich aan bij de gronden van de rechtbank. Het constateert dat de zorgen over de minderjarige niet zijn weggenomen en dat de gesloten plaatsing noodzakelijk blijft. Het hof acht de termijn van zes maanden gerechtvaardigd gezien de situatie en het belang van de minderjarige. De beschikking wordt daarom bekrachtigd.