Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
- [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak is het hoger beroep behandeld tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin het gezamenlijk ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen werd beëindigd en aan de moeder werd toegekend. De vader verzocht het hof om het gezamenlijk gezag te handhaven en stelde dat de kinderen niet klem zitten tussen de ouders. Hij vroeg tevens om nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming.
De moeder betoogde dat de wijziging van het gezag rust en stabiliteit heeft gebracht voor de kinderen, dat de communicatie tussen ouders ernstig verstoord is en dat de vader onvoldoende inziet welke negatieve impact zijn gedrag heeft. De Raad voor de Kinderbescherming onderschreef het oordeel dat de kinderen klem zitten en dat een nieuw onderzoek geen nieuwe inzichten zal opleveren.
Het hof overwoog dat de situatie tussen de ouders onveranderd problematisch is en dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen is. Het hof bevestigde de motieven van de rechtbank en stelde vast dat het eenhoofdig gezag aan de moeder toekomen noodzakelijk is om verdere schade aan de kinderen te voorkomen. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de moeder over de minderjarige kinderen en wijst het beroep van de vader af.