Deze zaak betreft een geschil tussen de ouders over de zorgregeling voor hun minderjarige kind na ontbinding van het huwelijk. De vader was in eerste aanleg afgewezen in zijn verzoek tot wijziging van de contactregeling met het kind. Hij kwam hiertegen in hoger beroep.
Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep bereikten partijen overeenstemming over een aangepaste zorgregeling, waarbij de vader het kind onder begeleiding op woensdagmiddag ophaalt en de omgang geleidelijk wordt opgebouwd. De moeder en de GI waren hierbij betrokken en stemden in met de regeling.
Als gevolg van deze overeenstemming handhaafde de vader zijn grieven niet langer, waardoor het hof hem niet-ontvankelijk verklaarde in het hoger beroep. De oorspronkelijke beschikking van de rechtbank, met de zorgregeling van 2 april 2021, blijft van kracht, zij het met een opbouw zoals overeengekomen.
De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 4 mei 2023.