Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ,
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die het gezag over haar twee minderjarige kinderen beëindigde en de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting benoemde tot voogd.
De kinderen zijn sinds 2019 onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst in verschillende gezinshuizen en pleeggezinnen. De moeder betwistte de gronden voor gezagsbeeindiging en stelde dat zij voldoende aan zichzelf had gewerkt, onder meer door therapie en het regelen van een nieuwe woning, en dat zij bereid was zich leerbaar op te stellen.
Het hof oordeelde dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd indien het gezag bij de moeder blijft, mede vanwege hun kwetsbaarheid en de lange periode van uithuisplaatsing. De moeder is niet in staat de zorg en opvoeding binnen een aanvaardbare termijn te dragen. Het belang van de kinderen weegt zwaarder dan dat van de moeder. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking en benadrukt het belang van het behoud en uitbouwen van het contact tussen moeder en kinderen onder begeleiding van de GI.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over de twee minderjarige kinderen en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd.