ECLI:NL:GHSHE:2023:1531
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing minderjarige ondanks verzoek netwerkplaatsing
Deze zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van zijn kind, [minderjarige 1], in een pleeggezin. De vader verzocht om plaatsing bij de oom en tante van het kind, stellende dat dit beter zou zijn voor de hechting en culturele identiteit van het kind. De gecertificeerde instelling (GI) en de rechtbank waren van oordeel dat de machtiging terecht was verlengd en dat het kind in het huidige pleeggezin moest blijven.
Het hof overwoog dat de rechter in beginsel alleen toetst of aan de wettelijke gronden voor uithuisplaatsing is voldaan en niet voorschrijft binnen welke setting de plaatsing moet plaatsvinden, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. In deze zaak waren die bijzondere omstandigheden niet aanwezig. De pleegvader kampt met gezondheidsproblemen, maar dit vormt geen reden om de plaatsing te beëindigen. De situatie bij de pleegmoeder wordt goed gemonitord en het kind ervaart een veilige hechting in het huidige pleeggezin.
De omgang tussen het kind en zijn oom en tante verloopt moeizaam door praktische problemen en de drukte in het gezin van de oom en tante. De GI investeert in het opbouwen van de relatie tussen het kind, zijn oom en tante en zijn zusje. Het hof acht deze ontwikkeling in het belang van het kind en kan niet vooruitlopen op een eventuele toekomstige netwerkplaatsing. Daarom wordt de bestreden beschikking bekrachtigd en het beroep van de vader afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het beroep van de vader af.