Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
- [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] .
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
.
.Duidelijk is dat [minderjarige 2] heftige dingen heeft meegemaakt en deze nog niet voldoende heeft kunnen verwerken. Hij functioneert cognitief op een verstandelijk beperkt niveau en er is sprake van een achterstand in de sociaal-emotionele ontwikkeling. Hij vertoont kenmerken van een verstoord hechtingsproces wat tot uiting komt in het moeilijk kunnen verbinden, vertrouwen in de ander, het aantrekken en afstoten van de ander en niet weten hoe op een gezonde manier contact aan te gaan en op te bouwen. De kans is aanwezig dat traumabehandeling resulteert in een tijdelijke toename van emotionele ontregeling. De hoop is dat [minderjarige 2] met behulp van psychotherapie nare ervaringen een plek kan geven, negatieve kernovertuigingen worden aangepakt en zijn zelfbeeld wordt verbeterd. Het gevolg daarvan zou kunnen zijn dat er minder (snel) sprake is van emotionele ontregeling en vergroten van zijn draagkracht.