Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat de zorg- en contactregeling voor een minderjarige centraal na het ontbinden van het huwelijk van de ouders. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die de reguliere zorgregeling wijzigde, waarbij de minderjarige om de veertien dagen een weekend bij de vader zou verblijven. De moeder stelt dat deze regeling niet in het belang van het kind is en dat het kind zelf wil bepalen wanneer contact met de vader plaatsvindt.
De vader wil het contact met de minderjarige herstellen en wijst op de medewerking aan hulpverlening, terwijl de moeder volgens hem onvoldoende meewerkt. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert een opbouwende contactregeling vanwege recente zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder, waaronder een ondertoezichtstelling.
Het hof oordeelt dat de huidige situatie, waarin het contact al lange tijd niet plaatsvindt, vraagt om een minimale contactregeling. Het legt vast dat de minderjarige wekelijks op dinsdag na school tot 21.30 uur bij de vader kan zijn, met de mogelijkheid tot overleg over een andere dag. De bestaande vakantieregeling blijft ongewijzigd. Het hof benadrukt het belang van de moeder om het contact te stimuleren en emotionele toestemming te geven, en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof wijzigt de zorgregeling en legt een minimale contactregeling vast waarbij de minderjarige wekelijks op dinsdag bij de vader verblijft.