Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De vader en moeder oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over hun minderjarige kind. In eerste aanleg was het hoofdverblijf bij de vader vastgesteld met een zorg- en contactregeling waarbij de minderjarige drie weekenden per vier weken bij de moeder verblijft.
De vader verzocht in hoger beroep om aanpassing van de zorgregeling zodat de minderjarige twee van de drie weekenden bij de moeder kon korfballen en om benoeming van een gedragsdeskundige. De moeder verzette zich hiertegen en stelde dat de vader zonder overleg de minderjarige had aangemeld voor korfbal en dat het niet aan hem is om de invulling van de weekenden bij de moeder te bepalen.
De raad voor de kinderbescherming adviseerde om een vertrouwenspersoon via school te regelen en benadrukte dat het teveel zou zijn voor de minderjarige om twee sporten op zaterdag te doen. Tijdens de mondelinge behandeling trok de vader zijn verzoek voor een gedragsdeskundige in.
Het hof oordeelde dat de rechtbank de afwijzing van het verzoek tot korfbaldeelname voldoende had gemotiveerd en dat de moeder zelf de weekenden mag invullen. Het hof bekrachtigde de eerdere beschikking en compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking en wijst het verzoek van de vader af.