De moeder, lijdend aan gevorderde dementie en wonend in een zorgcomplex met intensieve dementiezorg, had in een levenstestament haar zoon als bewindvoerder en mentor aangewezen. De dochter kwam in hoger beroep tegen deze benoeming en verzocht om een professionele bewindvoerder en mentor te benoemen.
De dochter stelde dat de moeder ten tijde van het opstellen van het levenstestament niet wilsbekwaam was en dat de verstandhouding tussen haar en de zoon ernstig verstoord is, wat nadelig is voor het welzijn van de moeder. Tevens voerde zij aan dat de zoon zijn taken niet adequaat uitvoert, onder andere door onvoldoende communicatie en het zonder machtiging verhuren van de woning van de moeder.
De zoon en moeder stelden dat het levenstestament op eigen initiatief en met professionele zorg was opgesteld en dat de zoon zijn taken nauwgezet vervult. Het hof oordeelde dat ondanks de uitdrukkelijke voorkeur in het levenstestament, gegronde redenen bestaan om van deze voorkeur af te wijken vanwege de verstoorde familieverhoudingen en zorgen over de belangenbehartiging.
Het hof benoemde daarom een professionele bewindvoerder en mentor en stelde de beloningen vast. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover de zoon was benoemd en voor het overige bekrachtigd.