De zoon is sinds 2019 onder curatele gesteld waarbij de ouders als curatoren zijn benoemd. In een beschikking van september 2022 heeft de kantonrechter de ouders ambtshalve ontslagen als curatoren wegens gebrek aan goed financieel beheer en onduidelijkheid over de besteding van het vermogen van de zoon.
De ouders zijn tegen dit besluit in hoger beroep gegaan en hebben verzocht om hun curatorschap te handhaven. Tijdens de mondelinge behandeling heeft het hof vastgesteld dat de ouders geld van de zoon naar hun eigen rekening hebben overgemaakt en geen inzicht konden geven in de geldstromen, wat heeft geleid tot vermenging van vermogen.
De curator heeft toegelicht dat de financiële situatie van de zoon inmiddels op orde is en dat de samenwerking met de ouders op financieel vlak goed verloopt. Niet-financiële beslissingen, zoals medische zorg, worden door de ouders verzorgd.
Het hof oordeelt dat de handelwijze van de ouders niet voldoet aan de eisen die aan een curator worden gesteld en dat het in het belang van de zoon is dat hij onder curatele blijft van de curator. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het beroep van de ouders af.