In deze civiele zaak over personen- en familierecht heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van zijn dochter toe te wijzen aan hem gehonoreerd. Dit volgt op een raadsonderzoek dat is ingesteld na een eerdere beschikking van de rechtbank die het verzoek van de vader had afgewezen.
De Raad voor de Kinderbescherming bracht op 6 april 2023 een rapport uit waarin werd geadviseerd de hoofdverblijfplaats bij de vader te bepalen, mede omdat de dochter bijna zestien jaar is, al ruim een jaar bij de vader verblijft en zelf bij hem wil wonen. Tevens is de relatie tussen de dochter en de moeder momenteel gespannen. Het hof acht het in het belang van de minderjarige dat er duidelijkheid komt over haar verblijfsperspectief.
De beslissing over de zorgregeling wordt aangehouden voor de duur van zes maanden, in afwachting van de resultaten van de ingezette hulpverlening en een definitief advies van de raad. Het hof geeft de raad opdracht het onderzoek te hervatten en uiterlijk 6 oktober 2023 een definitief advies uit te brengen. Partijen hebben geen nadere mondelinge behandeling gewenst en stemmen in met het advies.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking van de rechtbank voor zover die het verzoek van de vader afwees en bepaalt de hoofdverblijfplaats bij de vader. Verdere beslissingen worden pro forma aangehouden tot 15 december 2023.