Bij beschikking van 21 september 2011 is beschermingsbewind ingesteld over de goederen van de rechthebbende vanwege diens lichamelijke en geestelijke toestand. De kantonrechter heeft op 18 augustus 2022 het bewind ambtshalve opgeheven, stellende dat de problematische schulden niet meer bestonden en het bewind daarom niet langer nodig was.
De rechthebbende is tegen deze opheffing in hoger beroep gegaan en betoogt dat het bewind niet alleen is ingesteld vanwege schulden, maar ook vanwege zijn psychische stoornissen die voortduren. Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat de geestelijke toestand onveranderd is en dat de rechthebbende niet in staat is zijn financiële belangen zelfstandig te behartigen.
Het hof oordeelt dat voortzetting van het bewind noodzakelijk is omdat de geestelijke toestand van de rechthebbende voldoende grond biedt voor het bewind. Het hof vernietigt daarom de beschikking tot opheffing, waardoor het bewind wordt hersteld en voortgezet.