Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2023:1882

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
8 juni 2023
Publicatiedatum
8 juni 2023
Zaaknummer
200.320.961_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:378 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen afwijzing bewind en mentorschap bij ondercuratelestelling

In deze zaak is door de moeder in hoger beroep verzocht om de ondercuratelestelling van haar dochter te vernietigen en in plaats daarvan bewind en mentorschap in te stellen. De dochter is wegens haar lichamelijke en geestelijke toestand onder curatele gesteld door de rechtbank Limburg. De moeder betoogt dat bewind en mentorschap voldoende bescherming bieden en dat zij als mentor beter geschikt is dan de voorgestelde mentor.

Tijdens de mondelinge behandeling zijn de moeder, curator en broer gehoord. De curator licht toe dat de dochter een kwetsbare jonge vrouw is met een verstandelijke beperking en sociale kwetsbaarheid, die nog in ontwikkeling is en begeleiding nodig heeft. De toekomst is onzeker, en de dochter woont in een veilige, gestructureerde omgeving met gespecialiseerde zorg.

Het hof oordeelt dat de dochter duurzaam niet in staat is haar belangen behoorlijk waar te nemen en dat de zwaarste beschermingsmaatregel, curatele, noodzakelijk is. Bewind en mentorschap bieden onvoldoende bescherming tegen financiële en relationele risico's. De grieven van de moeder worden verworpen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd. Proceskosten worden gecompenseerd.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondercuratelestelling en wijst het verzoek tot bewind en mentorschap af.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 8 juni 2023
Zaaknummer: 200.320.961/01
Zaaknummers eerste aanleg: 10120830 CU VERZ 22-150, 10145632 BM VERZ 22-4443 en
10 1145633 MS VERZ 22-1277
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M.H.J.M. Stassen.
Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt:
- [de onder curatele gestelde] , de onder curatele gestelde, hierna te noemen: [de onder curatele gestelde] ;
- [de vader] , hierna te noemen: de vader;
- [de broer] , hierna te noemen: de broer;
- [de curator] , hierna te noemen: de curator;
- William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI).

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 18 november 2022, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Bij beroepschrift met productie, ingekomen ter griffie op 4 januari 2023, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen en alsnog het verzoek van de moeder tot het instellen van een bewind en mentorschap toe te wijzen en tot bewindvoerder te benoemen [beoogd bewindvoerder] en primair de moeder tot mentor en subsidiair [beoogd mentor] tot mentor, kosten rechtens.
2.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 mei 2023. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de moeder, bijgestaan door mr. Stassen;
- namens de curator [vertegenwoordiger van de curator 1] en [vertegenwoordiger van de curator 2] ;
- de broer.
[de onder curatele gestelde] , de vader en de GI zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de mondelinge behandeling verschenen.
2.3.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van de stukken van de eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 23 januari 2023.

3.De beoordeling

3.1.
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter in de rechtbank Limburg met ingang van 18 november 2022 [de onder curatele gestelde] wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand onder curatele gesteld, met benoeming van [de curator] tot curator.
De kantonrechter heeft het verzoek van de moeder tot het instellen van een bewind en een mentorschap ten behoeve van [de onder curatele gestelde] afgewezen.
3.2.
De moeder kan zich met deze beschikking niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.
De standpunten in hoger beroep
3.3.
De moeder voert in het beroepschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling, samengevat het volgende aan. Zij erkent dat [de onder curatele gestelde] door haar geestelijke beperkingen tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. De moeder bestrijdt echter dat er aanleiding is om tot een ondercuratelestelling van [de onder curatele gestelde] over te gaan. Zij is van mening dat met het oog op een voldoende belangenbehartiging van [de onder curatele gestelde] met de minder verstrekkende voorzieningen van bewind en mentorschap kan worden volstaan.
[de onder curatele gestelde] heeft behoefte aan een gestructureerde en veilige leef-/woonomgeving. Aan deze behoefte wordt op dit moment voldaan. [de onder curatele gestelde] woont begeleid bij [instantie] . Zij krijgt daar een passende dagbesteding. De zorgverleners van [de onder curatele gestelde] beschikken over gespecialiseerde kennis en vaardigheden. Omdat aan [de onder curatele gestelde] een veilige woonplek is gegeven en zij voorzien is van deskundige zorg, kan de moeder niet instemmen met oplegging van de zware maatregel van curatele. Bewind en mentorschap zijn voldoende om [de onder curatele gestelde] de noodzakelijke bescherming te bieden. [de onder curatele gestelde] zal nooit zelfstandig in de maatschappij kunnen functioneren. Zelfstandige rechtshandelingen, zoals het sluiten van een koopovereenkomst, zal zij niet kunnen verrichten. De moeder ziet niet in waarin de meerwaarde van een ondercuratelestelling dan is gelegen.
De moeder is van mening dat zij tot mentor over [de onder curatele gestelde] dient te worden benoemd. De moeder is daar wel degelijk geschikt voor. Zij heeft meer geduld met [de onder curatele gestelde] dan menig andere mentorinstelling. De moeder voelt [de onder curatele gestelde] perfect aan. [de onder curatele gestelde] heeft heel veel vertrouwen in de moeder. De moeder zal zich veel meer dan andere instellingen of voorgestelde personen inzetten om de niet-vermogensrechtelijke belangen van [de onder curatele gestelde] maximaal te dienen.
Daarnaast beschikt de moeder over de nodige kennis van zaken op het gebied van verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding van [de onder curatele gestelde] . De moeder heeft [de onder curatele gestelde] al vanaf haar geboorte op deze gebieden bijgestaan. De moeder is ook in staat om met de hulpverleners, artsen en andere betrokkenen bij [de onder curatele gestelde] overleg te voeren. De moeder is daartoe beter in staat dan een curator. Zo blijkt [de onder curatele gestelde] al geruime tijd geen beschermingsgebitje meer te hebben tegen het tandenknarsen. De moeder heeft daarover de curator gebeld. Zij heeft van de curator echter nog niets vernomen. De moeder heeft ook zorgen of er een zorgverzekering ten behoeve van [de onder curatele gestelde] is afgesloten. Verder heeft [de onder curatele gestelde] de laatste tijd geen trek in eten. De moeder vermoedt dat dit te maken heeft met spanningen. [de onder curatele gestelde] kan soms ook heel moe zijn.
De moeder voelt zich gediskwalificeerd omdat zij nu geen rol kan spelen in het leven van haar kind. Dit doet haar pijn. De moeder zou graag zien dat [de onder curatele gestelde] af ten toe een weekend bij haar komt logeren.
Weliswaar is het gezag van de moeder over de toen minderjarige [de onder curatele gestelde] in juli 2018 beëindigd, maar de moeder bevindt zich nu in een veel stabielere fase van haar leven, waarin zij [de onder curatele gestelde] meer te bieden heeft.. Ook kan de moeder nog veel leren.
3.4.
De curator voert tijdens de mondelinge behandeling samengevat het volgende aan. [de onder curatele gestelde] is een leuke jonge meid, die echter ook in zeven sloten tegelijk kan lopen. Dat is afhankelijk van hoe haar situatie zich in de toekomst verder gaat ontwikkelen. Daarover bestaat nu nog geen duidelijkheid. [de onder curatele gestelde] is aan het leren om sociale contacten aan te gaan. Een doel is dat zij zich op een gegeven moment zelfstandig buiten de instelling gaat begeven. Ook de mogelijkheid van begeleid wonen zal worden onderzocht. Momenteel mag [de onder curatele gestelde] zelfstandig naar de dagbesteding fietsen. Het kan nog niet goed worden ingeschat of en wanneer zij meer vrijheden aankan. Het is daarom ook nog onduidelijk wat [de onder curatele gestelde] in de toekomst aan begeleiding, zorg en bescherming nodig heeft.
Onlangs is [de onder curatele gestelde] naar de skatebaan gegaan. Dit is nieuw voor [de onder curatele gestelde] en zij vindt het spannend. Het is nog niet helder of zij bestand is tegen mensen die iets van haar willen.
[de onder curatele gestelde] zal binnen een afzienbare termijn stage gaan lopen, in een beschermde werkomgeving met mensen die bij haar passen. Daar zal bekeken worden welke kwaliteiten zij heeft en in welke activiteiten zij plezier heeft. De bedoeling is dat zij, indien verantwoord, zelfstandig naar het stageadres gaat fietsen.
[de onder curatele gestelde] heeft zeker wat in haar mars. Zij woont sinds oktober 2022 in een woning met medebewoners die een lager niveau hebben dan zij. [de onder curatele gestelde] heeft nu de ruimte om alles te ervaren en uit te proberen, omdat er begeleiding aanwezig is. [de onder curatele gestelde] krijgt heel veel aandacht. In de woning waar zij voorheen verbleef hadden de bewoners een ongeveer gelijk niveau. [de onder curatele gestelde] moest toen veel moeite doen om dat bij te benen. Als [de onder curatele gestelde] wordt overvraagd, verloopt het proces van het verwerken van prikkels niet goed. Haar ontwikkeling stagneert dan.
De curator heeft een paar keer geprobeerd te bellen met de moeder, maar kreeg toen geen gehoor. Over het beschermingsgebitje van [de onder curatele gestelde] heeft de curator geen terugbelverzoek ontvangen. Kennelijk is daarbij iets misgegaan.
In februari 2023 is er een goed overleg geweest over [de onder curatele gestelde] . De moeder was daarbij aanwezig en ook de vader en de gedragsdeskundige. Een dergelijk overleg zou regelmatig moeten terugkomen.
[de onder curatele gestelde] is heel loyaal en zij houdt heel veel van de moeder. [de onder curatele gestelde] vindt het wel moeilijk om haar grenzen aan te geven bij de moeder. Als [de onder curatele gestelde] zich zeker genoeg voelt, dan mag zij op bezoek bij de moeder wanneer zij wil.
Het oordeel van het hof
3.5.
Ingevolge artikel 1:378 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een meerderjarige door de rechter onder curatele worden gesteld wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van:
a. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel,
b. gewoonte van drank- of drugsmisbruik,
en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.
3.6.
Het hof is van oordeel dat uit de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken voldoende is gebleken - dit is tussen partijen ook niet in geschil - dat [de onder curatele gestelde] als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand (een verstandelijke beperking, een onveilige hechting, sociale en emotionele kwetsbaarheid, kenmerken van autisme) duurzaam niet in staat is haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Dit maakt dat een beschermingsmaatregel noodzakelijk en gerechtvaardigd is.
Aan het hof ligt de vraag voor of volstaan kan worden met een onderbewindstelling en een mentorschap zoals de moeder wil of dat de meer ingrijpende maatregel van een ondercuratelestelling noodzakelijk is. Het hof acht dit laatste het geval. Daarbij wordt het volgende in aanmerking genomen. [de onder curatele gestelde] is een heel kwetsbare jonge vrouw met een complexe problematiek. Zij heeft een blijvende ontwikkelingsachterstand. [de onder curatele gestelde] heeft op dit moment behoefte aan een gestructureerde en veilige leef-/woonomgeving, zoals zij die vindt bij [instantie] . De curator heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat nog onduidelijk is hoe de situatie van [de onder curatele gestelde] zich in de toekomst verder gaat ontwikkelen. De behandeling van [de onder curatele gestelde] bij [instantie] is gericht op het leren aangaan van sociale contacten en het toewerken, indien verantwoord, naar meer vrijheden en meer zelfstandigheid. [de onder curatele gestelde] zal binnen een afzienbare termijn stage gaan lopen in een beschermde werkomgeving en ook zal de mogelijkheid van begeleid wonen worden onderzocht.
Curatele is de meest vergaande vorm van civielrechtelijke bescherming. Het hof is van oordeel dat het in het belang van [de onder curatele gestelde] is dat aan haar deze meest verstrekkende bescherming op alle gebieden wordt geboden. [de onder curatele gestelde] is immers nog niet uitbehandeld. Het is nog niet duidelijk of en in hoeverre [de onder curatele gestelde] ooit zelfstandig zal deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Zonder ondercuratelestelling bestaat het risico dat [de onder curatele gestelde] door haar handelen in de financiële of andersoortige problemen zal raken. Ook bestaat er een noodzaak voor de door de curatele geboden derden-bescherming. Tevens moet [de onder curatele gestelde] worden beschermd tegen misbruik en beïnvloeding door derden op relationeel gebied. Voldoende behartiging van de belangen van [de onder curatele gestelde] kan naar het oordeel van het hof niet met de minder verstrekkende voorzieningen van onderbewindstelling en mentorschap worden bewerkstelligd. Gelet op dit oordeel hoeft hetgeen de moeder voor het overige heeft aangevoerd niet te worden besproken.
3.7.
Uit het voorgaande volgt dat de grieven van de moeder niet slagen. Het hof zal de beschikking waarvan beroep bekrachtigen.
3.8.
Gezien de aard van de procedure zal het hof de proceskosten in hoger beroep compenseren.

4.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van
18 november 2022;
compenseert de proceskosten in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Bossink, H. van Winkel en
C.L.M. Smeets en is in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.