Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
[minderjarige], hierna te noemen: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die de erkenning van de man als juridische vader van de minderjarige heeft vernietigd. De moeder had deze vernietiging verzocht op grond van dwaling, omdat de man niet de biologische vader is. De rechtbank oordeelde dat de moeder tijdig had gehandeld en dat het belang van de minderjarige gediend was met vernietiging.
De bijzondere curator kwam in hoger beroep op tegen de ontvankelijkheid van het verzoek en voerde aan dat de moeder de wettelijke termijn had overschreden. Tevens stelde hij dat het in het belang van de minderjarige was de erkenning te handhaven vanwege de belangrijke emotionele band met de man. De moeder en de man voerden aan dat de officiële DNA-test pas in april 2021 uitsluitsel gaf, waarna het verzoek binnen een jaar werd ingediend. Verder stelden zij dat het contact met de man als ‘hartenpapa’ behouden blijft en dat vernietiging in het belang van de minderjarige is.
Het hof oordeelde dat de moeder ontvankelijk was omdat de termijn pas liep vanaf de officiële DNA-test. Het hof vond dat de erkenning vernietigd kon worden, omdat het belang van de minderjarige bij het behouden van een goede relatie met de man zwaarder woog dan het juridische vaderschap. De situatie is stabiel en het contact blijft bestaan. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees het hoger beroep van de bijzondere curator af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vernietiging van de erkenning van de man als juridische vader van de minderjarige.