Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij op of omstreeks 10 april 2020 te Maastricht, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft
hij op 26 januari 2021 te Maastricht, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever] heeft bewogen tot de afgifte van goederen, te weten meerdere bidprentjes, door:
- zich voor te stellen als de zoon van mevrouw [betrokkene] en dat mevrouw
[betrokkene] woonachtig was aan [adres 2] , en
- aan te geven dat zijn moeder (mevrouw [betrokkene] ) de familie [naam 1] en de
overleden zoon van die [aangever] goed kende en dat zijn, verdachtes, moeder het erg
vervelend vond dat de zoon van die [aangever] was overleden, en
- namens zijn moeder, mevrouw [betrokkene] , EUR 50 aan die [aangever] te
overhandigen ter donatie aan de Stichting [stichting] en/of de kinderen van de overleden
zoon van die [aangever] en
- meer bidprentjes van de overleden zoon van die [aangever] te vragen.
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 26 januari 2021 (pg. 74-77 van het politiedossier), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [aangever] :
het hof begrijpt: als) de zoon van mevrouw [betrokkene] - [aangever] , wonende te [adres 2] . Mij bleek dat op het adres [adres 2] geen [betrokkene] woonachtig was, doch een mevrouw [naam 3] . Op maandag 9 februari 2021 hoorde ik als getuige de bewoonster van het adres [adres 2] , genaamd [naam 3] . [naam 3] overhandigde mij een kaart in een envelop die zij per post had ontvangen, die zij niet kon verklaren. Ik zag dat in de kaart handgeschreven tekst stond en een bedankje betrof voor het medeleven en de donatie en las verder onderaan de tekst van de kaart de namen [naam 1] en [aangever] .
oplichting.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken;
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.