Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte]
1.
De verdediging heeft ter onderbouwing van de geldlening van een bedrag van €12.000,- van de heer [belanghebbende 2] een schriftelijke overeenkomst in het geding gebracht en voorts is de heer [belanghebbende 2] gehoord door de raadsheer-commissaris op 28 juni 2022.
De verdediging heeft ter onderbouwing van de geldleningsovereenkomsten van de heer [medeverdachte] een tweetal schriftelijke overeenkomsten in het geding gebracht en voorts is de heer [medeverdachte] gehoord door de raadsheer-commissaris op 23 mei 2022.
De verdediging heeft een vaststellingsovereenkomst in het geding gebracht met betrekking tot een bedrag aan letselschade van €25.000,-, gedateerd 26 februari 2015. Deze overeenkomst is evenwel slechts gedeeltelijk ondertekend en onduidelijk is of het ooit tot een uitbetaling van het bedrag van €25.000,- is gekomen. Zo is door de verdediging niets in het geding gebracht waaruit kan blijken dat de veroordeelde dan wel zijn broer een dergelijk bedrag, geheel of gedeeltelijk, op zijn rekening heeft ontvangen. Tenslotte wreekt zich ook hier dat de veroordeelde niet aan de hand van gegevens van de belastingdienst kan aantonen dat hij enige vergoeding van de verzekeraar heeft ontvangen.
BESLISSING
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
vastop een bedrag van €
52.110,00 (tweeënvijftigduizend honderdtien euro).
optot
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 52.110,00 (tweeënvijftigduizend honderdtien euro).