De verdachte was door de politierechter veroordeeld wegens het bezit van een vals reisdocument en het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld. Het hof onderzocht of het hoger beroep tijdig was ingediend.
Uit het onderzoek bleek dat de beroepstermijn tot en met 27 oktober 2022 liep. De bijzondere volmacht voor het instellen van het hoger beroep werd echter per e-mail verstuurd om 19:10 uur, na sluiting van de griffie die dag om 17:00 uur. Volgens vaste rechtspraak geldt dat een schriftelijke volmacht alleen tijdig is indien deze vóór sluitingstijd ter griffie is ontvangen.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep daardoor te laat was ingediend en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de overschrijding konden verontschuldigen. Daarom werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en kon het hof inhoudelijk niet op de zaak ingaan.