ECLI:NL:GHSHE:2023:2112

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
5 juni 2023
Publicatiedatum
29 juni 2023
Zaaknummer
20-002342-22
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 176 Wegenverkeerswet 1994Art. 179 Wegenverkeerswet 1994Art. 14a Wetboek van StrafrechtArt. 14b Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens overtreding limiet alcohol in het verkeer met rijontzegging

Op 18 april 2022 werd verdachte te Vlijmen, gemeente Heusden, betrapt op het rijden met een alcoholpromillage van 590 microgram, wat een overtreding is van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994. De politierechter in Oost-Brabant veroordeelde verdachte, waarna hoger beroep werd ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €300 en zes dagen hechtenis, welke bij gebreke van betaling in drie termijnen van €100 voldaan kan worden. Daarnaast werd de verdachte ontzegd het recht motorrijtuigen te besturen voor 180 dagen, waarvan 60 dagen onvoorwaardelijk en 2 jaar voorwaardelijk met een proeftijd.

Het hof bepaalde dat de periode waarin het rijbewijs reeds was ingevorderd of ingehouden op de strafduur in mindering wordt gebracht. Tevens werd een voorwaardelijke ontzegging opgelegd die niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt. Het arrest werd mondeling uitgesproken op 5 juni 2023 door mr. C.P.J. Scheele.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €300, zes dagen hechtenis en een rijontzegging van 180 dagen met een voorwaardelijk deel.

Uitspraak

Parketnummer: 20-002342-22

Uitspraak : 5 juni 2023
TEGENSPRAAK (artikel 279 Sv Pro)
Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingslocatie
’s-Hertogenbosch, van 11 oktober 2022, in de strafzaak onder parketnummer 96-098024-22 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
wonende te [adres] .
Kwalificatie
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (590 microgram).
Gepleegd op 18 april 2022 te Vlijmen, gemeente Heusden.
Toegepaste wetsartikelen
De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 300,00 (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
6 (zes) dagen hechtenis.
Bepaalt dat het totaal van de
geldboetemag worden voldaan in
3 (drie) termijnen, elke termijn groot
€ 100,00 (honderd euro).
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
180 (honderdtachtig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot
60 (zestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van Pro die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Dit arrest is mondeling gewezen door mr. C.P.J. Scheele.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 juni 2023.