ECLI:NL:GHSHE:2023:2117

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
29 juni 2023
Publicatiedatum
29 juni 2023
Zaaknummer
200.321.766_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 30p Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorg- en opvoedingstaken na overeenstemming ouders over hoofdverblijf minderjarige

In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht stond de hoofdverblijfplaats en de verdeling van zorg- en opvoedingstaken van een minderjarige centraal. De moeder was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Limburg waarin het hoofdverblijf bij de vader was vastgesteld en de zorg- en opvoedingstaken waren geregeld.

De rechtbank had eerder de minderjarige onder toezicht gesteld en een machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader verleend, welke maatregelen steeds werden verlengd. De moeder verzocht vernietiging van deze beschikking en toewijzing van haar verzoeken, terwijl de vader bekrachtiging van de beschikking vorderde.

Tijdens de procedure bereikten de ouders overeenstemming over het hoofdverblijf en de zorg- en opvoedingstaken, waarbij de moeder haar hoger beroep inzake het hoofdverblijf introk. De ouders spraken af om de zorg- en opvoedingstaken te verdelen met contactmomenten om de week van woensdag na school tot vrijdag en zaterdag, en afspraken over vakanties en feestdagen in onderling overleg.

Het hof verklaarde het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk voor het hoofdverblijf, vernietigde het deel van de beschikking over de zorg- en opvoedingstaken en stelde de nieuwe regeling vast conform de gemaakte afspraken. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige meer of anders verzochte werd afgewezen.

Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk voor het hoofdverblijf en wijzigt de zorg- en opvoedingstaken conform de ouders' overeenkomst.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 29 juni 2023
Zaaknummer: 200.321.766/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/298487 / FA RK 21-4277
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats moeder] , gemeente [gemeente] ,
verzoekster in principaal hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. Y.K. Kunze,
tegen
[de vader],
wonende te [woonplaats vader] ,
verweerder in principaal hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. P.M.F.M. Maas.
Deze zaak gaat over de minderjarige
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] .
In deze zaak wordt als informant aangemerkt:
de gecertificeerde instelling
Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de GI.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
Regio Limburg, locatie [locatie] ,
hierna te noemen: de raad.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 24 oktober 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 20 januari 2023, heeft de moeder verzocht, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voormelde beschikking te vernietigen en de verzoeken van de moeder in de bodemprocedure alsnog toe te wijzen.
2.2.
Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 20 maart 2023, heeft de vader verzocht om de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft geen doorgang gevonden.
2.4.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
  • het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder van 6 februari 2023;
  • de brief van de advocaat van de moeder d.d. 17 mei 2023;
  • het V8-formulier van de advocaat van de vader d.d. 22 mei 2023.

3.De beoordeling

3.1.
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Uit deze relatie is geboren:
- [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ), op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] .
De vader heeft [minderjarige] erkend. Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over [minderjarige] uit.
3.2.1.
Bij het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 6 augustus 2020 als bedoeld
in artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is bepaald dat
[minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wekelijks van
zaterdag 10.00 uur tot dinsdag 16.00 uur bij de vader verblijft.
3.2.2.
Bij beschikking van de kinderrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht , van 28 februari 2020 is [minderjarige] voor de duur van twaalf maanden onder toezicht gesteld van de Gl. Deze maatregel is nadien steeds verlengd.
3.2.3.
Bij beschikking van de kinderrechter van genoemde rechtbank van 25 mei 2021 is
(spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere gezaghebbende ouder (de
vader) verleend. Deze maatregel is nadien eveneens steeds verlengd.
3.2.4.
Bij beschikking de kinderrechter van voornoemde rechtbank van 27 januari 2022 zijn zowel de ondertoezichtstelling als de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de
gezaghebbende ouder (de vader) laatstelijk verlengd, tot 28 februari 2024.
3.3.
Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking, heeft de rechtbank het hoofdverblijfplaats van [minderjarige] gewijzigd in die zin dat zij voortaan haar hoofdverblijfplaats bij de vader zal hebben.
Verder heeft de rechtbank de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gewijzigd en bepaald dat [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken steeds in de navolgende cyclus bij de moeder verblijft:
- drie achtereenvolgende weken vanaf woensdag 13.00 uur of na school tot
vrijdagochtend voorafgaand aan de peuterspeelzaal of voorafgaand aan school;
- de vierde week vanaf woensdag 13.00 uur of na school tot zaterdagmiddag 15.00
uur.
De rechtbank heeft het meer of anders verzochte afgewezen.
3.4.
De moeder kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.
3.5.
Uit het bericht van de advocaat van de moeder van 17 mei 2023, welk bericht is bevestigd door de advocaat van de vader van 22 mei 2023, volgt dat de ouders overeenstemming hebben bereikt.
3.5.1.
[minderjarige] zal haar hoofdverblijf vooralsnog bij de vader hebben. De moeder heeft ten aanzien daarvan haar hoger beroep ingetrokken.
3.5.2.
Verder hebben de ouders (in samenspraak met de gezinsvoogd) overeenstemming bereikt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de moeder en [minderjarige] . Zij zijn het erover eens geworden dat de moeder en [minderjarige] contact zullen hebben:
- om de week van woensdag na school / 12:30 uur tot vrijdag 8:30 uur;
- om de week van woensdag na school / 12:30 uur tot zaterdag 18:00 uur.
De verdeling van de vakanties en de feestdagen zal in onderling overleg worden geregeld.
Het hof zal deze regeling conform de wens van de ouders zo vaststellen.
3.5.3.
De ouders zullen zich (met hulp van de instantie [instantie] ) inspannen om een ouderschapsplan opstellen ten einde alle afspraken met betrekking tot de verzorgen en opvoeding van [minderjarige] goed te regelen.
3.6.
Het hof zal op grond van het voorgaande de moeder niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van haar verzoek inzake het hoofdverblijf van de minderjarige. Het hof zal haar verzoek in hoger beroep ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken overeenkomstig het voorgaande als gewijzigd beschouwen en de door partijen onderling gemaakte afspraken opnemen in de beschikking, voor zover die afspraken zich daarvoor lenen.

4.De beslissing

Het hof:
verklaart de moeder niet-ontvankelijk ten aanzien van haar hoger beroep ten aanzien van het hoofdverblijf van de minderjarige [minderjarige] ;
vernietigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht , van 24 oktober 2022, voor zover het betreft de daarin bepaalde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de moeder en de minderjarige [minderjarige] ;
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
wijzigt de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zoals
vastgelegd in het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 6 augustus 2020 als
bedoeld in artikel 30p Rv en stelt tussen de moeder en [minderjarige] geboren op [geboortedatum] 2018 te [woonplaats vader] de volgende verdeling van de zorg - en opvoedingstaken vast:
de moeder en [minderjarige] zullen contact hebben:
- om de week van woensdag na school / 12:30 uur tot vrijdag 8:30 uur;
- om de week van woensdag na school / 12:30 uur tot zaterdag 18:00 uur.
De verdeling van de vakanties en de feestdagen zal door de ouders in onderling overleg worden geregeld;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bekrachtigt de beschikking waarvan beroep voor het overige;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.C. Dumoulin, H. van Winkel, K.A. Boshouwers en is op 29 juni 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.