ECLI:NL:GHSHE:2023:223

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
24 januari 2023
Publicatiedatum
25 januari 2023
Zaaknummer
20-000591-21
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a SrArt. 63 SrArt. 279 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor (winkel)diefstal bevestigd zonder strafvermindering

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Maastricht, waarin verdachte was veroordeeld voor (winkel)diefstal tot een gevangenisstraf van 2 maanden met aftrek van voorarrest. Tevens werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf.

De advocaat-generaal vorderde bevestiging van het vonnis, terwijl de verdediging zich in hoger beroep niet verzette tegen de bewezenverklaring maar wel verzocht om toepassing van artikel 9a Sr, gezien een gelijktijdige zaak tegen verdachte. Het hof oordeelde dat gezien de ernst van het bewezenverklaarde en de persoonlijkheid van verdachte geen aanleiding was om af te wijken van de opgelegde straf of maatregel.

Het hof bevestigde het vonnis en voegde artikel 63 Sr Pro toe aan de toepasselijke wetsartikelen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer onder voorzitterschap van mr. J. Platschorre op 24 januari 2023.

Uitkomst: Het hof bevestigt de gevangenisstraf van 2 maanden voor (winkel)diefstal en de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000591-21
Uitspraak : 24 januari 2023
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 25 februari 2021 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 03-040236-21 en 03-323737-20, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde straf, parketnummer 03-002142-19, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte in de zaken met parketnummers 03-040236-21 en 03-323737-20 ter zake van (winkel)diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is de tenuitvoerlegging gelast van de eerder onder parketnummer 03-002142-19 voorwaardelijk opgelegde straf.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen.
De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep geen verweer gevoerd ten aanzien van de bewezenverklaring; het hoger beroep is ingesteld in verband met de door de rechtbank opgelegde straf. De raadsman heeft bepleit dat, in verband met de op te leggen straf in de gelijktijdig maar niet gevoegd behandelde zaak tegen de verdachte met parketnummer 20-001393-21, in de onderhavige zaak toepassing zal worden gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder onder parketnummer
03-002142-19 voorwaardelijk opgelegde straf heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, met aanvulling van de door de politierechter aangehaalde wetsartikelen met artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en de persoonlijkheid van de verdachte ziet het hof geen aanleiding om aan hem geen straf of maatregel op te leggen zoals bedoeld in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. J. Platschorre, voorzitter,
mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. S. Taalman, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H.M. Vos, griffier,
en op 24 januari 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.