Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 28 september 2021 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 18 januari 2022;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de mondelinge behandeling op 23 mei 2023, waarbij beide partijen spreeknotities hebben overgelegd en waarvan een proces-verbaal is opgemaakt.
6.De beoordeling
Hierbij brengen wij het overeengekomen saldo op 31-12-2020 van niet geruilde Europallets in rekening. Zoals besproken met [appellant] .”. Volgens [appellante] betreft deze factuur een pallettekort van 2.352 pallets, hetgeen neerkomt op een bedrag van € 14,- (€ 32.918 gedeeld door 2.352) per ontbrekende pallet. Omdat uit het Overzicht volgt dat sprake is van een pallettekort van 1.167 pallets van [geïntimeerde] bij [xyz], staat hiermee dus vast dat [appellante] aan [xyz] een bedrag van (1.167 x € 14,-) € 16.338,- heeft voldaan in verband met het pallettekort van [geïntimeerde] , aldus [appellante] .
Wir berechnen Ihnen nicht getauschte Europapaletten 43 FP x 8,00 Euro”. Op de factuur ontbreekt een verwijzing naar een concrete rit en/of ritten. Volgens [appellante] ziet deze factuur op rit 88 in het Overzicht. Deze rit heeft volgens het Overzicht echter plaatsgevonden op 29 november 2020. Dit is na de factuurdatum. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, heeft [appellante] onvoldoende onderbouwd dat deze factuur betrekking heeft op een pallettekort dat tijdens een rit door [geïntimeerde] is ontstaan. Dit geldt temeer omdat [appellante] van meerdere chauffeurs/opdrachtnemers gebruik maakt.
Ladungssicherungshilfsmittel 9 paletten je 15 EUR” met als ladingsdatum 5 juni 2020. In juni 2020 reed [geïntimeerde] echter niet meer voor [appellante] (zie rov. 6.2 onder v hiervoor). Deze factuur kan dus niet worden gerelateerd aan één van de ritten in het Overzicht, hetgeen door [appellante] ter zitting ook is erkend. Dit betekent dat [appellante] onvoldoende heeft onderbouwd dat deze factuur betrekking heeft op een pallettekort dat tijdens een rit door [geïntimeerde] is ontstaan.
Pakmiddelen”, met als omschrijving “
Berechnung des Saldos EU per 30.09.20 37 EU a € 7,00 EUR” en “
Niet-belastbare schadevergoeding”. Op de factuur ontbreekt een verwijzing naar een concrete rit en/of ritten. Volgens [appellante] ziet deze factuur op rit 116 van 21 januari 2020 in het Overzicht, met een pallettekort van 9 pallets. Dit kan echter op basis van de overgelegde factuur niet worden vastgesteld. Hierbij komt dat op het Overzicht meerdere ritten van [geïntimeerde] voor Dachser staan. Dit betekent dat [appellante] onvoldoende heeft onderbouwd dat deze factuur betrekking heeft op pallettekort dat tijdens één of meer van de ritten van [geïntimeerde] is ontstaan.