ECLI:NL:GHSHE:2023:2317

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
13 juli 2023
Publicatiedatum
13 juli 2023
Zaaknummer
200.321.119_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid moeder in hoger beroep na overlijden vader in gezagszaak

Deze zaak betreft een hoger beroepsprocedure over het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag en wijziging van de geslachtsnaam van twee minderjarige kinderen. De procedure begon met een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 12 oktober 2022.

De moeder kwam op 6 januari 2023 in hoger beroep tegen deze beschikking. De vader diende een verweerschrift in en er vond een mondelinge behandeling plaats op 25 mei 2023, waarbij ook de minderjarigen hun mening konden geven. Na deze behandeling informeerde de advocaat van de moeder het hof over het overlijden van de vader.

Door het overlijden van de vader heeft de moeder geen belang meer bij het handhaven van haar verzoeken en heeft zij haar hoger beroepsverzoek ingetrokken. Het hof verklaart haar daarom niet-ontvankelijk in haar verzoek in hoger beroep en wijst het beroep af.

Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroepsverzoek na het overlijden van de vader.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 13 juli 2023
Zaaknummer: 200.321.119/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/02/396496/ FA RK 22-1614
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats moeder] , gemeente [gemeente] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. J.J. Bronsveld,
tegen
[de vader],
wonende te [woonplaats vader] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader
,
advocaat: mr. C.G.M. Baas.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
vestiging: [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de raad.
In het kort:
Deze zaak gaat over het verzoek tot eenhoofdig gezag en het (subsidiair) verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008 (hierna [minderjarige 1] ), en
  • [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2010 (hierna: [minderjarige 2] ).

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg van 12 oktober 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
De moeder is op 6 januari 2023 in hoger beroep gekomen tegen voormelde beschikking.
2.2.
De vader heeft op 1 mei 2023 een verweerschrift ingediend.
2.3.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken binnengekomen:
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 14 september 2022;
- het V8-formulier met bijlage (procesdossier eerste aanleg) van de advocaat van de vrouw d.d. 17 januari 2023;
- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de vader d.d. 23 mei 2023.
2.4.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 mei 2023. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de moeder, bijgestaan door mr. Bronsveld;
-de vader, bijgestaan door mr. Baas;
-[vertegenwoordiger van de raad] namens de raad.
2.4.1.
Het hof heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. Zij hebben hiervan gebruik gemaakt en zij zijn voorafgaand aan de mondelinge behandeling buiten aanwezigheid van partijen en overige belanghebbenden gehoord. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter de inhoud van dit gesprek zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren.
2.5.
Na de mondelinge behandeling heeft de advocaat van de moeder bij bericht van 26 juni 2023 het hof op de hoogte gebracht van het overlijden van de vader. De moeder heeft nu geen belang meer bij het handhaven van haar verzoeken en de moeder heeft de verzoeken in hoger beroep ingetrokken.

3.De beoordeling

Het hof maakt uit voormeld bericht op dat de grieven niet worden gehandhaafd. Dit brengt mee dat de moeder niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het verzoeken in hoger beroep.

4.De beslissing

Het hof:
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in het verzoek in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Bossink, H. van Winkel en M.J.C. van Leeuwen en is op 13 juli 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.